Zeevarende schip walverlof

Port of Amsterdam scherpt richtlijnen voor walverlof aan

15 Juni 2026

Zeevarenden zijn onmisbaar voor de haven. Toch is het voor hen niet altijd vanzelfsprekend om in de haven van boord te gaan, zo blijkt uit recent onderzoek van de haven. Met aangescherpte richtlijnen wil Port of Amsterdam daar verandering in brengen. De nieuwe richtlijnen maken duidelijker wat van terminals wordt verwacht om walverlof mogelijk te maken. Ook start de haven met maatregelen om praktische drempels weg te nemen, zoals vervoer van en naar de wal.

Walverlof is een recht 

Walverlof is een internationaal vastgelegd recht. Het geeft zeevarenden de mogelijkheid om tijdens een havenbezoek van boord te gaan, familie te bellen, boodschappen te doen, een stad te bezoeken of gebruik te maken van voorzieningen aan wal. Dat is belangrijk voor hun welzijn. Zeker omdat bemanningsleden vaak maanden aan boord verblijven en het werk veel stress met zich meebrengt. Toch lukt het in de praktijk niet altijd om van boord te gaan. Procedures zijn soms onduidelijk, terminals zijn strikt beveiligd en vervoer van schip naar wal is niet overal goed geregeld. Ook kunnen kosten voor vervoer een drempel vormen. Daardoor blijft walverlof soms een recht op papier. 

Duidelijker afspraken met terminals 

Met de aangescherpte richtlijnen maakt Port of Amsterdam concreter wat nodig is om walverlof goed te organiseren. Van terminals wordt verwacht dat zij walverlof expliciet opnemen in hun beveiligingsplan. Hierin moeten duidelijke en werkbare procedures staan voor bemanningen die van boord willen. Volgens Milembe Mateyo, Rijkshavenmeester, draait het niet alleen om beleid, maar vooral om de uitvoering in de praktijk: “Het gaat erom dat walverlof echt werkt. Daarom toetsen we vooraf hoe walverlof in de beveiligingsplannen geborgd is en kijken we tijdens inspecties of terminals zich daar ook aan houden. Als dat niet zo is, gaan we met partijen in gesprek om het te verbeteren.” 

Veiligheid en welzijn kunnen samengaan 

Sinds de invoering van strengere internationale beveiligingsregels zijn veel terminals minder toegankelijk geworden. Dat is begrijpelijk vanuit veiligheidsoogpunt, maar kan in de praktijk wringen met het welzijn van zeevarenden. Mateyo benadrukt dat dit niet hoeft: “Veiligheid en walverlof kunnen prima samengaan. Het vraagt wel om duidelijke afspraken en om daadwerkelijk te benutten van wat binnen de regels mogelijk is. De hele keten heeft hierin een rol: terminals, reders, agenten, vervoerders en ook wij als havenbedrijf.” Port of Amsterdam gaat als toezichthouder controleren of terminals de afspraken naleven. Als blijkt dat walverlof onvoldoende mogelijk is, kan Port of Amsterdam binnen de bestaande ISPS-regels handhavend optreden. 

Pilot gratis vervoer bij publieke ligplaatsen 

Naast de aangescherpte richtlijnen start Port of Amsterdam met een pilot voor schepen die aan openbare palen en boeien liggen. Juist op deze plekken is walverlof vaak lastig te organiseren, omdat er geen directe toegang tot de wal is. Samen met de bootslieden van de Koperen Ploeg is daarom een pilot gestart. Hierbij wordt één gratis retourrit per scheepsbezoek aangeboden voor bemanningsleden die op publieke locaties zonder directe waltoegang liggen. Vanaf de kade kunnen zij verder reizen naar bijvoorbeeld het Zeemanshuis of andere voorzieningen. Ook Cargill stelt op haar terminallocatie gratis vervoer beschikbaar voor zeevarenden. 

Samen werken aan betere toegang 

Goede toegang tot walverlof vraagt om meer dan richtlijnen alleen. Daarom werkt Port of Amsterdam samen met partijen in de haven aan betere informatie voor zeevarenden, duidelijke afspraken met terminals en praktische ondersteuning waar dat nodig is. Bemanningsleden kunnen bijvoorbeeld terecht bij het Seafarer Support Point voor hulp en informatie. Mateyo: “Zonder bemanning geen schepen, en zonder schepen geen haven. Daarom hebben we als havengemeenschap de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat zeevarenden niet alleen recht hebben op walverlof, maar daar ook echt gebruik van kunnen maken.”