Aanhoudende droogte vraagt om extra maatregelen in de haven
Nederland is afhankelijk van zoet water. Het is van essentieel belang voor de natuur, we gebruiken het voor drinkwater, in de landbouw, en om de waterkwaliteit op peil te houden. Onze rivieren spelen daarin een belangrijke rol. Ze voeren zoet water aan vanuit het binnenland en vormen tegelijkertijd belangrijke vaarwegen voor het vervoer van goederen. Door de aanhoudende droogte staan de waterstanden in die rivieren nu uitzonderlijk laag. Dat zet het zoetwatersysteem onder druk. Daarnaast heeft het gevolgen voor de binnenvaart en de bedrijven die afhankelijk zijn van vervoer over water van en naar het achterland.
Voor de haven van Amsterdam zijn er op dit moment geen acute problemen. Port of Amsterdam, Rijkswaterstaat en andere partijen volgen de ontwikkelingen nauwgezet. Droogte en hitte leggen namelijk steeds meer druk op het watersysteem van Nederland.
Minder lading per schip
In 2025 deden ongeveer 38.500 binnenvaartschepen het Noordzeekanaalgebied aan. Via de haven van Amsterdam vervoeren zij dagelijks grondstoffen, bouwmaterialen, brandstoffen, agribulk en andere goederen van en naar het Europese achterland. De gevolgen van de lage rivierstanden zijn direct merkbaar voor de binnenvaart. Schepen kunnen minder diep laden en nemen daardoor minder vracht mee. Voor dezelfde hoeveelheid goederen zijn meer schepen of extra reizen nodig. Dat maakt vervoer minder efficiënt en kan leiden tot hogere kosten. "Voor bedrijven is het belangrijk dat zij weten waar ze aan toe zijn", zegt Kaz de Bruijn, strategisch adviseur bij Port of Amsterdam. "Daarom volgen we de situatie op de rivieren nauwlettend en delen we nieuwe ontwikkelingen zo snel mogelijk met onze havengemeenschap."
Minder rivierwater betekent meer kans op verzilting
De lage rivierstanden hebben nog een tweede gevolg. Er stroomt minder zoet water vanuit het binnenland richting het Noordzeekanaalgebied. Normaal gesproken biedt het zoete water uit de rivieren tegendruk aan het zoute water dat via de sluizen uit zee het Noordzeekanaal binnenstroomt. Door een gebrek aan zoetwateraanvoer krijgt zout water vanuit zee meer ruimte om landinwaarts te bewegen. Dat proces heet verzilting. Een te hoog zoutgehalte kan gevolgen hebben voor de waterkwaliteit, natuur, landbouw en de beschikbaarheid van zoet water in de regio. Daarom wordt de situatie voortdurend gemonitord. "Op dit moment zijn de zoutwaarden onder de afgesproken grenswaarden", zegt De Bruijn. "Maar juist tijdens langdurige droogte is het belangrijk om scherp te blijven kijken naar hoe het watersysteem zich ontwikkelt en hierop te anticiperen."
Maatregelen zijn al in gang gezet
Om verzilting tegen te gaan zijn de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen. Bij de zeesluis in IJmuiden ligt een zoutdam die een deel van het binnendringende zoutwater opvangt in een diepe kom in de bodem van het kanaal. Via het gemaal of via de spuisluis wordt het zoute water afgevoerd richting zee. Als aanvullende maatregel wordt regelmatig geclusterd geschut. Daarbij gaan meerdere schepen tegelijk door een sluis. Daardoor hoeven de sluisdeuren minder vaak open en dicht. Zo komt er minder zout water het Noordzeekanaal binnen. Om het zoutgehalte in het water goed te monitoren hangen in het sluizencomplex verschillende sensoren die de waardes meet. "Met deze maatregelen houden we de situatie beheersbaar", zegt De Bruijn. "Door nu al in te grijpen, voorkomen we dat later strengere maatregelen nodig zijn."
Samen voorbereid op droge perioden
Port of Amsterdam werkt nauw samen met Rijkswaterstaat en andere partners. Wekelijks bespreken zij de waterstanden, weersverwachtingen en de effecten van de genomen maatregelen. De verwachting is dat droge perioden vaker en langer zullen voorkomen. De situatie van deze zomer laat zien hoe belangrijk het is om vroegtijdig te handelen en maatregelen continu aan te passen aan de omstandigheden. De Bruijn: "Op dit moment blijven de gevolgen voor de haven beheersbaar. Tegelijkertijd wordt rekening gehouden met verschillende scenario's voor de komende weken. Door de situatie nauwlettend te volgen en samen met partners op te trekken, kan steeds worden bekeken welke maatregelen nodig zijn om de scheepvaart en de waterkwaliteit zo goed mogelijk te beschermen."