U bent hier

Logistiek centrum OpenIJ: ruimte om te werken aan de sluis

28-06-2017

In de Alaskahaven in het Westelijk Havengebied ligt het logistiek centrum van aannemersconsortium OpenIJ. Op het eerste gezicht een onlogische plek, ‘maar vlak bij de sluis is geen plaats voor het werk dat we doen,’ legt manager logistiek & maritiem coördinator van OpenIJ Reinier Duijneveld uit. ‘In het Westelijk Havengebied hebben we alle ruimte.’

Sinds de zomer van 2016 heeft OpenIJ een eigen logistiek centrum in de Amsterdamse Alaskahaven. Dit centrum is 6 ha. groot en heeft een eigen kade van 400 m. Er werken 60 mensen. ‘We bouwen de nieuwe zeesluis in een gebied waar het druk is. We willen dat de scheepvaart, bedrijven en bewoners zo min mogelijk hinder ondervinden van de werkzaamheden,’ verduidelijkt Duijneveld. ‘Daarom zitten we in het Westelijk Havengebied. Dit gebied is helemaal ingericht op werkverkeer, zodat we materialen gemakkelijk kunnen aanvoeren zonder dat de scheepvaart en bedrijven aan de haven er hinder van ondervinden.’

Twee logistieke fasen

Voor OpenIJ betekent dit wel dat de logistiek twee fasen kent. ‘Eerst komen alle materialen binnen bij ons logistiek centrum in Amsterdam. Daar gaat een heel precieze planning aan vooraf,’ vertelt Duijneveld. ‘We werken volgens het 'just in time-principe': het materiaal komt aan op het moment dat we het nodig hebben. Zo hoeven we zo min mogelijk op te slaan. Dat kost namelijk ook weer tijd: het moet van de vrachtwagen af, we moeten het in het magazijn opbergen en er weer uithalen als we ermee aan de slag gaan. Het is veel handiger als alles aankomt op het moment dat we het nodig hebben.’

Allemaal via het water

Het voorbereidende werk voor de sluis gebeurt zo veel mogelijk in het logistiek centrum. ‘Daarna gaat alles naar de zeetoegang sluizencomplex in IJmuiden. We laden in Amsterdam vrachtwagens met materialen op pontons en varen die vervolgens naar het Middensluiseiland,’ aldus Duijneveld. ‘Op één ponton passen tien vrachtwagens. Als de lading te groot is voor vrachtwagens, zoals de buispalen van 35 meter of de sluisdeuren die volgend jaar uit Zuid-Korea komen, bedenken we iets anders. Van het transport merken omwonenden en bedrijven niets, want het gaat allemaal via het water.’

Scheepvaart gaat voor

Maar niet alleen de omwonenden en bedrijven, ook de scheepvaart mag geen hinder ondervinden van de werkzaamheden. Duijneveld: ‘Op het hoogtepunt van de werkzaamheden gaat het om zes tot acht vaarten per dag. Om dit in goede banen te leiden werken we nauw samen met Havenbedrijf Amsterdam en het loodswezen. Alle werkzaamheden op het water kunnen we pas uitvoeren als we hun goedkeuring hebben. De scheepvaart gaat voor.’