Gebruik vastmakers

Period: 
woensdag, 11 maart, 1992 - 12:00
Area: 
Amsterdam Noordzeekanaalgebied

Basijn Nr. 14 / 1992

De directeur van de regio IJmond van het Directoraat‑Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, tevens Rijkshavenmeester, maakt namens de minister van Verkeer en Waterstaat het volgende bekend.

Met de inwerkingtreding op 1 oktober 1992 van het Zesde wijzigingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement (Stbl. 1992 393) is het Bijzonder reglement van politie voor het Noordzeekanaal buiten werking gesteld. In laatstgenoemd reglement zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot het afmeren in de Noordzeesluizen. Overeenkomstige bepalingen zijn abusievelijk niet opgenomen in het Binnenvaartpolitiereglement.

Een en ander zal nader worden geregeld bij een volgende wijziging van het Binnenvaartpolitiereglement.

In verband met de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer in de Noordzeesluizen, het instandhouden en waarborgen van de bruikbaarheid van deze sluizen en ter voorkoming van schade aan deze sluizen is het nnodzakelijk dien­aangaande voorschriften te stellen, een en ander in afwachting van een definitieve regeling.

Ten aanzien van het afmeren in de Noordzeesluizen geldt het volgende:

a.     schippers moeten ervoor zorgen, dat bij het invaren van één van de sluizen de nodige meertrossen gereed worden gehouden;

b.     schippers van zeeschepen moeten er bovendien voor zorgen dat op de wal het nodige personeel aanwezig is om de trossen aan te nemen en vast te maken;

c.     het verlenen van dergelijke hulp aan zeeschepen in de sluizen mag slechts geschieden door daartoe bekwaam personeel;

d.      als bekwaam personeel worden alleen zij beschouwd die voorzien zijn van een ontheffing terzake verleend door de hoofd‑ingenieur‑directeur in de directie Noord‑Holland van het Directoraat‑Generaal Rijkswaterstaat.

 

ir. P. Kieft, regiodirecteur DGSM

ad interim 

 
IJmuiden, 3 november 1992

Announcement number: 
1992/14