Havenmeester Milembe Mateyo: 'Juist in deze tijd moeten we oog hebben voor de menselijke maat'

Nieuwsbericht
08-04-2020
Milembe Mateyo Havenmeester Amsterdam

Milembe Mateyo, (Rijks)havenmeester van Amsterdam werkt, net als veel van de collega’s bij Port of Amsterdam, vanuit huis: ‘Door onze strenge maatregelen kom ook ik niet op de locaties waar de operatie werkt. Ik mis dat persoonlijke contact wel, want juist in deze tijd moeten we oog hebben voor de menselijke maat.’  

 

Van de eerste weken crisisoperatie heeft Mateyo in verband met ziekte er twee moeten missen. Inmiddels zit ze weer aardig in de verschillende dossiers. Ze is onder de indruk van hoe de operatie het doet: ‘In dit soort tijden zien we hoe prettig het is om korte lijnen te hebben, om snel besluiten te kunnen nemen, elkaar te vertrouwen en oog te houden voor het menselijke aspect. Deze crisis is voor iedereen ingrijpend, of je nu kleine kinderen hebt of alleenstaand bent. Het is heel belangrijk om daar oog voor te hebben en rekening mee te houden.’ 

Hoe vind je het om vanuit huis te werken? 

‘In mijn rol als Havenmeester is het in deze crisistijd niet noodzakelijk dat ik op locatie ben. Ik ga dus niet naar het HOC, niet naar de sluizen in IJmuiden en ook niet naar de Capriweg waar onze vloot ligt. Maar ik mis het dagelijks contact met mijn collega’s enorm. Om ze toch nog te spreken, bel ik me nu dus helemaal suf. Voor onze managers operatie is het een ander verhaal. Zij geven leiding aan een team en zijn dus wel ter plaatse. Daardoor kunnen zij snel schakelen en knopen doorhakken als dit moet. En omdat zij fysiek aanwezig zijn, zijn ze een aanspreekpunt voor de mensen die het soms zwaar hebben of gewoon hun verhaal kwijt willen.’  

Wat is jouw taak in deze coronacrisis? 

‘Mijn voornaamste taak is nu vooral contact houden met onze stakeholders en mandaatgevers. Ik spreek regelmatig met het ministerie, met Rijkswaterstaat, de wethouder als voorzitter van het CNB en met de Veiligheidsregio. Ook heb ik afgelopen week overleg gehad met Port of Rotterdam en Rijkswaterstaat over de problemen in de binnenvaartsector. Binnenvaartschepen kunnen niet varen als lading uitblijft.  Vanuit de brancheorganisaties ASV en BLN Schuttevaer kregen wij daarom het verzoek om te kijken hoe we omgaan met de opleggers van binnenvaartschepen die een veilige ligplaats zoeken om deze crisis “af te wachten”. We brengen nu in kaart waar we deze binnenvaartschepen eventueel een plek kunnen bieden in onze haven. We hebben op dit moment namelijk ook al een aantal lege riviercruiseschepen bij de Passenger Terminal liggen die door de coronacrisis niet kunnen varen. Dit soort verzoeken op deze schaal zijn nieuw en daarom kijken we gezamenlijk of en hoe we dat kunnen faciliteren. Het moet namelijk niet zo zijn dat het onze normale werkzaamheden belemmert. De gewone operatie moet doorgaan.’ 

‘Daarnaast heeft de interne organisatie ook aandacht nodig. Gelukkig gaat het digitaal samenwerken wonderbaarlijk goed. Hoewel ik wel de geur van het mos op de wanden van ons kantoor mis. Waar ik me door deze crisis heel erg bewust van ben geworden, is dat ik zie dat ons bedrijf meer is dan een verzameling van medewerkers, meer dan alleen maar functies. We zijn met elkaar een sociaal systeem. Dat systeem is door de coronacrisis rigoureus uit elkaar getrokken. Privé en werk lopen veel meer door elkaar. Dat besef is groter nu ik dagelijks vanuit mijn huiskamerraam naar de woonboten onder mij kijk (een uitzicht dat ik inmiddels kan dromen). De menselijke maat blijkt weer zo belangrijk. We moeten daar echt oog voor houden.’  

Wat zijn de grootste uitdagingen voor de komende periode? 

‘Onze grootste uitdaging is denk ik dat we het de komende weken op deze manier vol moeten houden. De eerste weken stonden we nog in een overlevingsstand: we hebben de crisisorganisatie opgezet en we waren veel aan het handelen. Maar nu dit zeker tot het eind van deze maand de werkelijkheid is, en waarschijnlijk nog langer, gaan we met andere ogen kijken naar de doelstellingen voor 2020. Gaan we die nog halen of moeten we aanpassen? Kunnen we alles nog doen? En zo niet, wat laten we dan varen? En houdt de operatie het vol? Op dit moment hebben we het onder controle, maar wat als het aantal zieke collega’s toeneemt? Wat kunnen we dan nog wel en wat niet? Om ons hierop voor te bereiden hebben we scenariokaarten gemaakt bij een uitval in de operatie van 20%, 30%, 50% of zelfs meer. We doen er alles aan om onze vitale processen te blijven uitvoeren, maar hebben een lange adem nodig. Mijn boodschap aan iedereen is dus: zorg goed voor elkaar en blijf gezond.’