U bent hier

Drie vragen aan Rob Gerrits van het Nederlands Loodswezen

28-06-2017
loodswezen nieuwe zeesluis

Rijkswaterstaat en OpenIJ werken aan de bouw van de grootste zeesluis ter wereld. Een groot project waar veel mensen bij betrokken zijn. In deze rubriek stellen we telkens drie vragen aan één van deze betrokkenen. Rob Gerrits is manager operaties bij het Nederlands Loodswezen in de regio Amsterdam-IJmond en vertelt wat er met de komst van de nieuwe zeesluis voor de loodsen verandert.

Wat verandert er met de komst van de nieuwe sluis voor jullie?

‘De nieuwe sluis is straks een stuk groter en vooral dieper. Dit betekent dat er grotere en zwaarder beladen schepen de haven van Amsterdam kunnen bereiken. Onze loodsen zullen dus steeds zwaardere schepen moeten varen. Hoe zwaarder een schip is, des te groter de druk van het water op het schip bij het invaren van een sluis. Het water moet langs het schip heen en wanneer het schip dieper in het water ligt, is daar minder ruimte voor in de sluis. Nu kost dit heel veel tijd. Met de komst van de grotere sluis kan het water gemakkelijker bewegen en zal de hele verplaatsing van het schip sneller gaan. Bovendien kunnen we straks meer schepen tegelijkertijd de sluis in krijgen.’

Aan welke eisen moet de nieuwe sluis voor de loodsen voldoen?

‘Iets wat voor ons heel belangrijk is, is de verlichting in de nieuwe sluis. De in- en uitvaarlichten moeten goed staan, maar ook de lantaarnpalen op het platform zijn belangrijk. Deze functioneren ‘s nachts als een soort landingsbaan, zoals ze dat in de luchtvaart ook gebruiken. Schepen moeten namelijk precies in het midden de sluis binnenvaren, rekening houdend met de belading van het schip en de invloed van bijvoorbeeld de wind. Lichten kunnen hierbij heel goed helpen.’

Hoe verloopt de communicatie met Rijkswaterstaat, OpenIJ en Havenbedrijf Amsterdam?

‘De communicatie met Rijkswaterstaat, OpenIJ en Havenbedrijf Amsterdam gaat erg goed en dat is ook heel belangrijk. Daardoor lopen we niet snel tegen problemen aan. Wat we bijvoorbeeld goed overleggen, is de verlichting van grote hijskranen. Soms hebben wij voor het loodsen van een schip een helikopter nodig. De helikopterpiloot kan door de juiste verlichting de bewegingen van hoge kranen goed waarnemen. Ook hebben we gevraagd of OpenIJ de bouwlampen zoveel mogelijk naar beneden kan richten, zodat het felle licht ons niet hindert.’