Bij havens staat bij energie het vernieuwen en efficiency voorop

Nieuwsbericht
06-07-2016

Energiedialoog BOZ en Ministerie EZ

Het energiedebat heeft een vlucht genomen. Het ambitieniveau van het Energieakkoord in 2013 is onder druk komen te staan door de Urgenda-zaak in 2015 waar de Nederlandse regering is gesommeerd om meer te doen om de CO2 uitstoot terug te dringen. Ook de bijeenkomst in Parijs in 2015 waar alle wereldleiders bijeen waren om te spreken over klimaatsverandering, heeft het energiedebat aangescherpt. In Amsterdam merken we dat concreet door vragen van onder meer een NGO als Amsterdam Fossielvrij over de kolenoverslag en de landelijke discussie of er meer kolencentrales zouden moeten sluiten dan afgesproken in het Energieakkoord. Ook over de toekomst van de Nuon kolencentrale aan de Hemweg wordt gesproken.

In het onlangs verschenen Energierapport van het ministerie van Economische Zaken (EZ) is het doel uitgesproken om in 2050 80 – 95% minder CO2 uit te stoten. Dit doel is aanleiding geweest voor EZ om een brede energiedialoog op te starten. Met deze dialoog wil EZ input vanuit de samenleving en economische sectoren verzamelen voor het opstellen van een energiebeleid.

In de Nederlandse zeehavens vindt 20% van de productie van elektriciteit en warmte plaats en 40% van de totale Nederlandse hernieuwbare energie opwekking.  25% van het totale Nederlandse energieverbruik vindt plaats in de zeehavens doordat er veel energie-intensieve industrie is gevestigd. Naast de productie en verbruik van energie, gaat er ook ruim 280 Mton brandstoffen door de Nederlandse havens.

Gezien deze belangrijke positie van de Nederlandse zeehavens in het energielandschap, hebben EZ en de Branche Organisatie Zeehavens (BOZ) dinsdag 28 juni een energiedialoog in Amsterdam georganiseerd. Met een gezelschap  van ambtenaren, medewerkers van de havenbeheerders, NGOs en bedrijven uit de verschillende havenregio’s is er gepraat over de energie ontwikkelingen in de havens, de rol die havens (kunnen) spelen in de energietransitie en hoe dit vanuit het ministerie te ondersteunen is met beleid.

Het ging nadrukkelijk om een dialoog, en niet om een discussie. Dit was vooraf duidelijk aangegeven door de dagvoorzitter Hans Etman en had als grote voordeel dat er daadwerkelijk naar elkaar werd geluisterd.

De dialoog startte met een presentatie van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). ECN-onderzoeker Ton van Dril gaf aan dat er mondiaal, en dus ook in Europa, meer moet gebeuren om de doelstellingen die zijn afgesproken in Parijs te behalen (zorgen dat de opwarming van de aarde ruim onder de 2 graden blijft). Europa heeft toegezegd een reductie van 40% CO2 na te streven ten opzichte van 1990 in 2030 en daarnaast te gaan voor 27% hernieuwbare energie en 27% energie-reductie. Deze doelstellingen zijn nog niet vertaald naar de Nederlandse situatie. Vooralsnog blijft het energieverbruik waarschijnlijk onveranderd in 2030 op basis van het huidige beleid. Hernieuwbaar zal flink gaan toenemen door onder andere windparken op zee en meestook van biomassa in kolencentrales. In 4 jaar van de huidige 5% hernieuwbaar groeien naar de 14% in 2020 blijft een enorme uitdaging. De initiatieven van Havenbedrijf Amsterdam: 100MW wind en 100.000m2 zonnepanelen past uitstekend bij deze ambitie.

Eduard de Visser gaf met zijn presentatie inzicht in de belangrijke positie van energie in havens en havens in energie. Hij ging hierbij in op de productie, op- en overslag en verbruik van energie. Ook liet hij zien dat in alle scenario’s tot 2050 van Greenpeace Reference tot ExxonMobil, voor Nederland, Duitsland, Europa en wereldwijd, fossiele brandstoffen een dominant onderdeel blijven van de energiemix op basis van de huidige verwachtingen. De efficiency zal moeten toenemen en het aandeel hernieuwbaar flink moeten stijgen. Hier zetten de havenbeheerders dan ook flink op in, door bijvoorbeeld te investeren in warmte-/ stoomnetten (zorgen dat de havenregio gebruik kan maken van de restenergie van bedrijven), het opschalen van hernieuwbare energie en te onderzoeken hoe de vraag en aanbod van (hernieuwbare) energie in de havens beter op elkaar is af te stemmen.

De presentatie maakte duidelijk dat in de havens een hoop synergie is te behalen en dat het energiebeleid samenwerking in de havens kan stimuleren. Bijvoorbeeld door geen belasting te heffen op restenergiestromen tussen bedrijven, te investeren in slimme energienetwerken in de havens en onderzoek naar Smart Grids te ondersteunen.

Deelnemers waren onder andere Amsterdam Fossielvrij, Greenpeace, havenbedrijfsleven, Tata Steel, ondernemersvereniging, energieleveranciers, de havenbedrijven.

De output van de dialoog wordt gebruikt voor onder meer de Energieagenda van het ministerie van Economische Zaken.