U bent hier:

Get ready for Brexit! Portbase animatie legt dit uit in 5 stappen

Kom in actie en bereid je voor op Brexit!

Kom in actie en bereid je voor op Brexit! Deze oproep doet Portbase aan alle logistieke dienstverleners die handelen met het Verenigd Koninkrijk. Op 31 oktober is de nieuwe deadline dat het Verenigd Koninkrijk mogelijk de Europese Unie verlaat.

Portbase geeft in een animatie in vijf stappen aan hoe logistieke partijen via een ketenbrede oplossing eenvoudig aan de douaneformaliteiten kunnen voldoen die gaan gelden na de Brexit. ‘Geen document, geen vervoer’, is de boodschap van Portbase. Vooral voor shortsea en ferryvervoer zal het wennen zijn. Zij zullen door de Brexit met extra douaneformaliteiten te maken krijgen.

De afgelopen weken en ook de komende tijd nog benadert Portbase haar klanten om hen te informeren over en te wijzen op de vijf stappen die zij moeten nemen voor een ordentelijk verloop van de im- en export van hun lading via Nederlandse havens. Portbase trekt een laatste sprint om al haar deelnemers ‘ready’ te krijgen voor 31 oktober 2019.

Get Ready for Brexit loodst bedrijven snel door Nederlandse havens

De samenwerkende brancheorganisaties in de Nederlandse havens hebben samen met Portbase de campagnewebsite www.getreadyforbrexit.eu ontwikkeld.

Exporteurs, importeurs en hun logistieke dienstverleners zien hier in één oogopslag wat zij moeten doen om ook na de Brexit snel hun lading van en naar het Verenigd Koninkrijk te vervoeren. De website is het startschot van de internationale informatiecampagne die de hele logistieke keten moet gaan begeleiden in aanloop naar de Brexit.  

De website www.getreadyforbrexit.eu richt zich op het informeren en activeren van partijen in de logistieke keten, zoals importeurs, exporteurs, vervoerders en expediteurs.

Per doelgroep is een ‘klantreis’ opgezet waarin stap voor stap wordt getoond welke actie er wanneer en door wie gedaan moet worden, om ook na 29 maart 2019 snel via de Nederlandse havens te kunnen importeren of exporteren.

De samenwerkende partijen roepen de logistieke keten op om mee te doen aan de gezamenlijke oplossing voor Brexit in de Nederlandse havens. De uniforme aanpak zorgt voor een vlotte afhandeling van douaneformaliteiten die door de Brexit ontstaan.

Een Nederlandse ketenoplossing voor Brexit in de havens

Initiatiefnemers van Get Ready for Brexit zijn Portbase, havenondernemersorganisatie Deltalinqs, belangenorganisaties FENEX, evofenedex en Transport en Logistiek Nederland/AFTO.

Samen met de Nederlandse Douane, de havenbedrijven van Amsterdam en Rotterdam, de ferry-operators en de shortsea-terminals werken zij sinds september dit jaar aan één Nederlandse ketenoplossing voor Brexit in de Nederlandse havens die voldoet aan Europese wetgeving.

De ingrediënten van deze aanpak voorzien in het 100% digitaal en geautomatiseerd afhandelen van douaneformaliteiten, met optimaal hergebruik van data. Alle informatie gaat de lading vooruit. Zowel voor het shortsea- als het ferryverkeer ontstaat één ingang voor alle terminals. Op die manier wordt slim toezicht van de Douane mogelijk, met minimale inbreuk op het proces.

Nederlandse havens nog aantrekkelijker na Brexit

Na de Brexit is het nog aantrekkelijker om juist via de Nederlandse havens van en naar het Verenigd Koninkrijk te vervoeren. Portbase-directeur Iwan van der Wolf: "Als nationaal Port Community System heeft Portbase een coördinerende rol in het maken van de benodigde onderlinge afspraken en het ontwikkelen van het vereiste IT-proces. De afgelopen maanden is al veel bereikt en is door alle deelnemende partijen een centrale werkwijze omarmd. Wij kunnen echter niet achteroverleunen, want voor je het weet is het 29 maart. En dan moeten wij er echt klaar voor zijn."

Femke Brenninkmeijer, directeur Energy, Cargo en Offshore bij Port of Amsterdam is blij met de voorlichtingscampagne waar de site onderdeel van uitmaakt: "We weten nog niet wat de uitkomst van de Brexit gaat zijn, of en in welke vorm deze gaat komen. We weten wel dat bij elke vorm van een Brexit er voor de shortsea- en het ferryverkeer extra douaneverplichtingen ontstaan. Dankzij de inzet en voorbereidingen van Portbase en de brancheorganisaties is er gewerkt aan een Nederlandse ketenoplossing. Hierdoor is het havenbedrijfsleven in de regio Amsterdam goed voorbereid op dat wat komen gaat."

Een nieuwe werkelijkheid

De aanstaande Brexit creëert voor de logistieke ketens tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk een nieuwe werkelijkheid. Immers, wat de uitkomst van de politieke onderhandelingen ook wordt: bij elke vorm van Brexit ontstaan in het shortsea- en het ferryverkeer douaneformaliteiten. In het zeer reële geval van een no-deal ontstaan die zelfs al direct na 29 maart 2019. Maar ook bij een zachte Brexit zijn douaneformaliteiten in de nabije toekomst een vaststaand gegeven.

Onderlinge afhankelijkheid

Om de Nederlandse havenoplossing te laten werken, moet élke schakel in de logistieke keten meedoen en zich tijdig voorbereiden. Van exporteur, importeur, expediteur en douaneagent tot vervoerder, terminal, rederij, cargadoor en ferry-operator. Iedere partij heeft een taak en verantwoordelijkheid. Wanneer iedereen steeds tijdig actie onderneemt en de juiste (douane)informatie doorgeeft, reist ook na de Brexit alle lading snel via de Nederlandse havens van en naar het Verenigd Koninkrijk.

Directeur Bart Jan Koopman van evofenedex: "Daarom is de internationale campagne zo ontzettend belangrijk. De vervoersketen loopt tot diep in het achterland. Ook verladers en vervoerders in bijvoorbeeld Polen en Duitsland moeten weten wat ze moeten doen om na de Brexit zonder gedoe hun goederen snel via de Nederlandse havens van en naar het Verenigd Koninkrijk te kunnen vervoeren."

Chemiecluster Noordzeekanaalgebied: “Laten we zuinig en trots zijn op chemie”

"De gemiddelde Nederlander staat te ver af van de chemische industrie. En dat terwijl deze sector juist bijdraagt aan de oplossing van een aantal maatschappelijke uitdagingen."

In de zomerserie Chemieclusters Nederland sprak VNCI met Roon van Maanen, Director Circular & Renewable Industry. Hij vertelt over de plannen van het Noordzeekanaalgebied, een chemiecluster dat sterk in opkomst is en zich vooral richt op duurzaamheid.

Bron: VNCI

Veilig werken

Ook het Noordzeekanaalgebied kreeg te maken met de effecten van corona. Roon: "In brede zin werd ook de Amsterdamse haven getroffen door de coronacrisis. De overslag daalde in het eerste half jaar met 12%, onder andere door een sterke daling van de overslag van steenkool. Tegelijkertijd zag je dat de grote distributiecentra in de haven (onder andere pakketten en levensmiddelen) overuren draaiden. De haven is een afspiegeling van de economie. Je ziet en voelt wat er in het land gebeurt."

"Port of Amsterdam heeft in verband met corona een generieke betalingsregeling voor haar klanten opgesteld. Die gold dus ook voor de chemische sector. Je ziet dat startende bedrijven kwetsbaar zijn. Als een deel van de eigen productie of de afzet wegvalt, blijken de reserves dun te zijn."

"Specifiek bij de chemische sector leefden vragen over het veilig kunnen laten doordraaien van de activiteiten en grootschalig onderhoud. Daar hebben wij zo goed mogelijk een brugfunctie tussen de klant, de Veiligheidsregio en het ministerie proberen te vervullen."

"De haven is een afspiegeling van de economie, je ziet en voelt wat er in het land gebeurt."

Roon: "In de Amsterdamse haven zijn grote chemische spelers gevestigd, zoals Sonneborn, Albe Marle en ICL. Ook worden biobrandstoffen geproduceerd door bedrijven als Argent Energy en Greenergy. Deze klanten proberen wij waar nodig te ondersteunen in hun activiteiten. Bijvoorbeeld bij de aanleg van energie- of nautische infrastructuur."

"Daarnaast leggen we de verbinding tussen de chemische klanten en de wetenschap op het Science Park in Amsterdam. Op labschaal kunnen processen worden getest op het Science Park om deze vervolgens op pilotschaal te testen in onze eigen innovatiehub Prodock. In het komende jaar gaan we een nieuwe en grotere Prodock bouwen, dat ook beter geschikt is voor chemische processen."

"Na Prodock kunnen deze bedrijven verder doorgroeien naar een grotere locatie in de haven. Voorbeelden van deze groei in verschillende fases zijn ChainCraft, Avantium en Photanol. Andersom kunnen de bedrijven in de haven onderzoeksvragen neerleggen bij de wetenschap of in contact komen met talentvolle studenten. Ook willen we het chemisch cluster verder uitbreiden met nieuwe vestigingen."

Koers

De bedrijven in het Noordzeekanaalgebied zijn een mix van 'grote namen' en 'jonge honden'. Duurzaamheid is wat hen verbindt.

"Aan de klimaattafel Noordzeekanaalgebied is de richting vastgelegd voor het terugbrengen van de CO2-uitstoot in het gebied. In de komende jaren gaat flink geïnvesteerd worden in de aanleg van (energie-)infrastructuur, in stoom- en warmteleidingen, in het doortrekken van de OCAP-leiding, de aanleg van de Athos CO2-pijpleiding en in de uitbreiding van onderstations voor elektriciteit."

"In deze periode zal ook de 100MW electrolyzer in IJmuiden worden gebouwd. In dit project Hermes vormen Nouryon, Tata en Port of Amsterdam een consortium, en richten wij ons op de aanleg van de waterstof pijpleiding van IJmuiden naar het Amsterdamse havengebied."

"Ook zijn er plannen om in IJmuiden door samenwerking tussen Tata en Dow Chemicals nafta op basis van koolmonoxide uit de rookgassen van Tata te produceren. Ook in Amsterdam zal de productie van biobrandstoffen sterk worden uitgebreid. Waternet gaat een groengasinstallatie bouwen, waarin het gas dat bij de vergisting van zuiveringsslib vrijkomt wordt opgewerkt, en de groene CO2 wordt afgevangen."

"Bij Orgaworld, onderdeel van Renewi, gaat Nordsol samen met Shell een van de grootste bio-LNG installaties van Noordwest-Europa bouwen. Ook zijn we druk bezig met de voorbereidingen voor de vestiging van een hernieuwbare methanolfabriek die door middel van gassificatie van Residu Derived Fuel materiaal, een mix tussen end-of-life plastics en resthout, methanol zal produceren. Dit zijn mooie voorbeelden voor de koers die Port of Amsterdam een aantal jaren geleden is ingeslagen."

Oplossing

Met al deze voorbeelden maakt Roon van Maanen ook meteen duidelijk waarom chemie zo ontzettend belangrijk is. "De grootste misvatting is dat de chemie in ons land een probleem is. De chemie is de oplossing voor een aantal uitdagingen waar we voor staan. Dat zou beter over het voetlicht moeten worden gebracht. De gemiddelde Nederlander staat hier toch te ver van af."

Een land zonder chemische industrie zou volgens Van Maanen ook enorme economische gevolgen hebben. "De chemie zorgt voor substantiële werkgelegenheid, zowel direct als indirect, en in een breed spectrum aan beroepen. Daar moeten we zuinig en trots op zijn!"

Koen Overtoom in Ways to Sea over de nieuwe havenstrategie

In de nieuwste uitgave van havenmagazine Ways to Sea geeft CEO Koen Overtoom van Port of Amsterdam alvast de ‘windrichting’ aan voor de havenstrategie in de komende jaren (2021-2025).

Die zal zijn gericht op de combinatie van de belangrijke functies voor de stad, de regio en het achterland. ‘De haven speelt een Europese rol met een logistieke functie waar je zuinig op moet zijn’, aldus Overtoom. ‘Tegelijkertijd is de rol van de haven voor de stad als circulaire hotspot en duurzame energieleverancier essentieel’.

Het hele interview is te lezen in het E-zine Ways to Sea, dat enkel als online magazine verschijnt. Ways to Sea publiceert nieuws en achtergronden uit de zeehavens rond het Noordzeekanaal. In de jongste uitgave ook een verhaal over de ambities rond de nieuwe Energiehaven bij IJmuiden en een profiel van havenbedrijf Peinemann Mobilift.

Ways to Sea ploft bij 2.700 contacten op de digitale deurmat. Ook het E-zine rechtstreeks ontvangen? Ga naar het colofon achterin het E-zine en meld je aan.

Overslag Noordzeekanaal-havens ruim 10 procent lager door coronacrisis

De overslag van de zeehavens in het Noordzeekanaalgebied - Amsterdam, IJmuiden, Beverwijk en Zaanstad - daalde in de eerste zes maanden van dit jaar met 10,7% naar 48,7 miljoen ton (2019: 54,6 miljoen). De invloed van de wereldwijde coronacrisis op de overslagcijfers is onmiskenbaar.

Ook in de Amsterdamse haven daalde de overslag in de eerste zes maanden van 2020. Het volume ging van 45,2 miljoen ton in de eerste helft van 2019 naar 39,8 miljoen ton dit jaar (-12 procent). Ook deze daling is duidelijk beïnvloed door de gevolgen van de coronapandemie.

Vitale infrastructuur

Koen Overtoom, CEO Port of Amsterdam: ‘Voor het eerst in jaren is er sprake van een daling van de overslag in onze haven en die is meteen significant. Toch zijn wij niet pessimistisch. Onder moeilijke omstandigheden hebben wij in het eerste half jaar getoond hoe cruciaal de haven is voor de regio en voor het land. Als vitale infrastructuur hebben wij onverkort het scheepvaartverkeer afgewikkeld en ladingstromen verwerkt. Daarmee hebben wij bijgedragen aan het draaiende houden van de samenleving en de economie’.

‘Vooral onze distributie klanten hebben een erg druk halfjaar achter de rug, met de distributie van levensmiddelen en pakketten. En de markt voor transportbrandstoffen (benzine, kerosine, e.d.) trekt inmiddels aan. Hoe de tweede jaarhelft eruit ziet, is moeilijk te zeggen. Daarvoor is de brandstoffenmarkt te grillig en de impact van het coronavirus onzeker. Wel verwachten wij dat onder de huidige omstandigheden de volumedaling voor het hele jaar beperkt blijft tot het niveau van de eerste jaarhelft’, aldus Overtoom.

Stijgers en dalers

De daling in Amsterdam in het eerste half jaar werd veroorzaakt door zowel natte als droge bulk, als door containers. De overslag van natte bulk (voornamelijk transportbrandstoffen) daalde met 5,1 procent naar 24,7 miljoen ton, tegen 26 miljoen ton vorig jaar in dezelfde periode. Ondanks het afgenomen vlieg- en wegverkeer bleven de volumes van de transportbrandstoffen redelijk op peil. Dat heeft te maken met de fluctuerende markt voor deze ladingstromen, die voor aanhoudende beweging zorgt.

Het volume droge bulk daalde met 21,2 procent, wat vooral het gevolg was van een aanzienlijke daling van steenkool naar 4,6 miljoen ton, tegen 8,2 miljoen ton vorig jaar (-43,6 procent). De onverwachte, niet-structurele groei van het steenkoolvolume vorig jaar heeft daarbij de daling dit jaar scherper gemaakt. Ook daalde de overslag van granen (-15,4 procent) en was er sprake van een daling in stukgoed (-18,2 procent).

Verder vielen zee- en riviercruise weg als gevolg van de coronapandemie. Port of Amsterdam besloot samen met de Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland vanaf half maart de cruise uit haar haven te weren om het besmettingsrisico te minimaliseren. Sinds half juni is de haven voor cruise weer open en komt het aantal bezoeken van riviercruiseschepen langzaam en behoedzaam op gang. In de eerste jaarhelft was sprake van 21 bezoeken, waarvan 18 in januari en februari. Voor de tweede jaarhelft verwacht de Amsterdamse haven meer riviercruiseschepen te ontvangen. Zeecruise daarentegen ziet de haven ook in de tweede helft van het jaar vooralsnog niet terugkeren.

De overslag in containers daalde met 31,6%. Deze ladingstroom steeg de afgelopen jaren gestaag onder meer door shortsea-lijndiensten waarop de Amsterdamse haven zich richt. De daling is dan ook op het conto te schrijven van corona, waardoor lijndiensten gedeeltelijk kwamen stil te liggen.

Wisselend beeld in de regio

In IJmuiden daalde de overslag gering met slechts 3,4% tot 8,76 miljoen ton. In Beverwijk daalde het overslagvolume met 44,3% tot 194 duizend ton en in Zaanstad was sprake van een stijging van de overslag met 15,3% tot 84 duizend ton.

Bruglocaties uit rapport D’Hooghe nautisch beter inpasbaar

Op vrijdag 26 juni 2020 verscheen het eindrapport ‘Genereus verbonden’ van de adviescommissie Oeververbindingen. Als nautisch partner was Port of Amsterdam betrokken bij het onderzoekstraject. ‘De nieuwe bruglocaties zijn nautisch beter inpasbaar’.

Na het vastlopen vorig jaar van plannen voor IJ-bruggen vanaf de Kop van Java en het Stenen Hoofd, stelden Rijk en gemeente een expertcommissie samen onder leiding van Alexander D’Hooghe. Deze commissie moest vanuit een breed ontwikkelingsperspectief onafhankelijk advies uitbrengen over toekomende, extra IJ-oeververbindingen.

Zorgvuldig proces

Het nu gepresenteerde advies getuigt van een zorgvuldig proces. De commissie laat zien dat zij de uitdaging om Amsterdam-Noord te verbinden met de stad begrijpt en ook dat dit logisch en nautisch verantwoord moet gebeuren. Port of Amsterdam is tevreden dat alle belanghebbenden rond haven en vaarweg zijn gehoord en dat hun inbreng is meegewogen.

Vanuit nautische optiek is een brug vrijwel altijd een obstakel in de vaarweg en daarmee een risico voor de scheepvaart. Voor Port of Amsterdam blijven tunnels daarom de voorkeur houden, maar met de voorgestelde bruglocaties kunnen wij goed uit de voeten: vanaf het Azartplein en bij de Haparandadam.

Deze locaties zijn nautisch gezien geschikter dan eerdere voorkeurslocaties van de stad. Ook denken we dat met de voorgestelde hoogte van 12,5 meter, toekomstbestendige bruggen zijn te bouwen. Een brug vanaf de kop van het Java-eiland is door de commissie onderschreven als nautisch onhaalbaar.

Consequenties voor PTA

De voorgestelde brug nabij de Haparandadam heeft wel gevolgen voor het bereiken door zeecruiseschepen van de Passenger Terminal Amsterdam (PTA), onderdeel van Port of Amsterdam. In nauwe samenwerking en afstemming met de gemeente zullen die consequenties in de toekomst worden vertaald in concrete plannen en besluitvorming.

Het rapport van de commissie, een filmpje en andere documenten zijn te vinden op de website van de gemeente Amsterdam.

Reactie Port of Amsterdam op het coalitieakkoord van het nieuwe gemeentebestuur van Amsterdam

Nieuwsbericht
29-05-2018

Met de publicatie van het coalitieakkoord op donderdag 24 mei 2018 heeft de nieuwe coalitie (van GroenLinks, D66, PvdA en SP) in de Amsterdamse gemeenteraad zijn plannen onthuld voor de aankomende bestuursperiode.

Daarin geeft het nieuwe college onder meer aan hoe zij de stad duurzamer wil maken en hoe de stad de uitdaging van woningbouw en economische ontwikkeling wil versterken.

Port of Amsterdam heeft op hoofdlijnen waardering voor het nieuwe coalitieakkoord. Wij zien veel kansen in dit akkoord om samen met de stad aan de duurzaamheidsambities te werken, om van de haven de ‘batterij van de stad’ te maken, om de circulaire ambities van de stad uit te voeren en om de haven als knooppunt voor stadsdistributie te maken.

Dat zijn onderwerpen die ons aanspreken, waarvoor de haven goed is toegerust en die al een anker hebben in onze actuele bedrijfsstrategie.

Tegelijkertijd maken we ons zorgen over twee dossiers: de toekomst van de cruisesector en de transformatie van de Coen- en Vlothaven naar Haven-Stad.

Haven-Stad

Het nieuwe akkoord zegt het volgende over Haven-Stad:

‘De gebiedsontwikkeling Haven-Stad moet worden versneld ten opzichte van de huidige planning in Koers 2025, waarbij deze bestuursperiode al moet worden begonnen met voorbereidingen’ (p.35).

Het is op dit moment nog onduidelijk wat het gemeentebestuur bedoelt met versnellen ten opzichte van de planning in Koers 2025. In ieder geval zal het afwijken van de bestaande afspraken die met de bedrijven in de Coen- en Vlothaven en met ons zijn gemaakt.

Wij vragen het nieuwe gemeentebestuur rekening te houden met deze bedrijven. In gebied zijn vele bedrijven gevestigd, waaronder Bunge, ICL, Eggerding en Igma. Belangrijke bedrijven voor Amsterdam en de regio. Daarom pleiten we ervoor om bij het maken van nieuwe plannen door het gemeentebestuur het behoud van deze bedrijven als belangrijk uitgangspunt te nemen.

Daarnaast vinden wij dat de plannen zo snel mogelijk helder moeten zijn. Het wegnemen van onzekerheid bij bedrijven moet dus een tweede belangrijk uitgangspunt zijn.

Verbinden Noord via de Javabrug in relatie tot Passenger Terminal Amsterdam

Het nieuwe akkoord zegt het volgende over de Javabrug:

‘De ontwikkelingen in Noord vragen om een betere verbondenheid met de rest van de stad. Daartoe willen we de Java-brug bouwen. Dit betekent dat grote cruiseschepen niet meer bij de PTA kunnen aanleggen en dat daarvoor een alternatief nodig is. Het voornemen om een tweede PTA bij de Coen- en Vlothaven te plaatsen is relatief duur, beperkt woningbouwmogelijkheden, draagt weinig bij aan spreiding van toerisme en verbetering van de luchtkwaliteit. Dit gaat dus niet door. In overleg met de gemeenten langs het Noordzeekanaal en de provincie zoeken we naar een alternatieve locatie buiten Amsterdam’(p.51).

Over deze passage maken wij ons zorgen. Daarvoor hebben wij drie redenen:

  1. Cruise als business gaat een hoge prijs betalen voor de begrijpelijke prioriteit om Noord met de stad te verbinden, terwijl de bijdrage van cruise aan de negatieve effecten voor de stad (drukte, luchtkwaliteit) in verhouding gering is. Bovendien zijn er alternatieven voor de geprojecteerde brug, die niet voldoende zijn onderzocht.

    Dit gaat over de afweging van belangen. Met de voorgenomen plannen lijkt de zeecruisesector in Amsterdam onevenredig te worden geraakt. Waar andere sectoren (als goedkope vluchten, particuliere verhuur via Airbnb, evenementen) in hun ontwikkeling licht worden afgeremd of hooguit geneutraliseerd, wordt de zeecruise meer dan gehalveerd in het geval dat er geen nieuwe locatie voor een nieuwe terminal wordt gevonden. Dat is een oneerlijke verdeling van lasten. Daarnaast lijkt het krachtig draaien aan de ‘cruise-knop’ verhoudingsgewijs niet het beste effect oplevert. Wij denken dat de stad andere knoppen heeft om aan te draaien, die betere resultaten geven. Ook in dat opzicht is het onlogisch zo sterk in te grijpen op zeecruise.

  2. De plannen voor de PTA verhouden zich slecht tot (eerdere) besluitvorming en waardering van de stad voor cruise.

    Dit gaat over de stad als betrouwbare partner. Wie naar het recente verleden kijkt, ziet van de stad een spoor van investeringen en visie op zeecruise. Dat begint met het besluit in mei 2017 ruim EUR 46 miljoen bij te dragen voor de versnelde bouw van de nieuwe zeesluis (het Rijk doet met EUR 650 miljoen veruit de grootste duit in het zakje) om zeecruise beter te faciliteren. Een investering die het mogelijk maakt ook grotere zee cruiseschepen naar Amsterdam te laten komen. Datzelfde jaar stemt het college in met het vijfjarenplan van Havenbedrijf Amsterdam, waarmee de groei van cruise zowel in marktaandeel als bestedingen van passagiers in de regio wordt onderschreven en waarmee prioriteit wordt gegeven aan het ontwikkelen van een nieuwe cruise terminal. Eind 2017 bevestigt het vorige college nogmaals die strategie door zich positief uit te spreken over het belang van cruise voor de stad en wijst de Coenhaven aan als voorkeurslocatie voor de nieuwe PTA.

  3. De stad lijkt opportunistisch om te gaan met de metropoolregio waarvan zij onderdeel is: de woningbouwuitdaging wil de stad binnen de stadsgrenzen oplossen, terwijl de uitdaging van verplaatsing van de PTA nu wordt geëxporteerd naar de regio, die deze uitdaging niet kan oplossen.

    Hier gaat het over solidariteit in de metropoolregio. Nu lijkt het erop dat de stad een complex vraagstuk op het bordje schuift van de regio. Met die regio is recent nog zorgvuldig gezocht naar alternatieve locaties voor zeecruise. En die zijn er niet. Daarom was het een eind december 2017 een logisch besluit de Coenhaven aan te wijzen als voorkeurslocatie voor de PTA. Het zou beter zijn niet te lichtvoetig een streep te halen door deze locatie, maar te verkennen of deze locatie nog een rol kan spelen in de mogelijk aan te passen plannen.  

Port of Amsterdam is een belangrijke partner van stad en regio in het ontwikkelen van een duurzame, leefbare omgeving. Wij hebben er vertrouwen in om met het nieuwe college tot goede oplossingen te komen voor stad en haven.

Wij willen dan ook zo snel mogelijk met het gemeentebestuur in gesprek enerzijds om de plannen van de nieuwe coalitie goed te kunnen begrijpen en te interpreteren en anderzijds om samen uitdagingen aan te pakken.

Nederlandse Zeehavens winnen Internationale duurzaamheidsprijs

De Nederlandse zeehavens Rotterdam, Amsterdam, Terneuzen/Vlissingen, Moerdijk en Groningen hebben gezamenlijk de ‘World Ports Sustainability Award’ gewonnen.

De prijs is voor een gezamenlijk project over de toepassing van OESO-richtlijnen voor zeehavens. Deze richtlijnen van de overheid gaan over maatschappelijk verantwoord ondernemen bij het internationaal zakendoen.

De Brancheorganisatie Zeehavens (BOZ) heeft onderzocht hoe zeehavens hun rol en positie kunnen bepalen bij ethische vraagstukken rondom ladingstromen zoals milieuschade, mensenrechtenschendingen of uitbuiting. Ook wel IMVO risico’s genoemd: Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

Aan de hand van de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen heeft de BOZ onderzocht wat de rol en verantwoordelijkheid is van havens als één van de vele schakels in de handelsketen. En ook hoe zeehavens kunnen bijdragen aan het verkleinen van de IMVO risico’s voor de ladingsstromen die in de havens worden verwerkt of in de havens passeren.

De zeehavens hebben de resultaten van dit onderzoek benut om een stappenplan op te zetten om de IMVO risico’s in kaart te brengen en het arsenaal aan acties die in de invloedsfeer van zeehavens liggen in kaart te brengen. Het project is een voorbeeld hoe de havengemeenschap positief kan bijdragen aan de verduurzaming van ladingsstromen.

Het onderzoek was onderdeel van het Werkprogramma Zeehavens waarin de BOZ, bestaande uit Port of Rotterdam, Port of Amsterdam, North Sea Port, Port of Moerdijk en Groningen Seaports, samenwerken met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Economische Zaken en Klimaat.

Nederlandse Zeehavens vereerd met award  

Koen Overtoom, CEO Port of Amsterdam reageert verheugd namens de Nederlandse Zeehavens: “De Sustainability Award is een belangrijke erkenning door de International Association of Ports and Harbors (IAPH) voor de inspanningen van de Nederlandse zeehavens. Wij zijn dan ook zeer vereerd met deze Award. Het project heeft de samenwerking tussen de zeehavens versterkt op het gebied van duurzaamheid. De samenwerking zal ons blijvend versterken in de gezamenlijke ambities om stappen te zetten in het verduurzamen van een aantal internationale handelsketens. Ook zullen wij in gesprek blijven met het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Sociaal Economische Raad over IMVO en verdere uitwerking van de thematiek.“

Achtergrond programma 

In 2018 lanceerde de International Association for Ports and Harbours (IAPH), de alliantie voor de wereld havengemeenschap, het World Ports Sustainability Program. Binnen de IAPH werken de havens internationaal samen door kennis en ervaring over duurzame ontwikkeling binnen de internationale havengemeenschap met elkaar te kunnen uitwisselen.

Sinds 2018 worden jaarlijks de World Ports Sustainability Awards uitgereikt voor best practices. De Nederlandse zeehavens hebben de Award in de categorie Governance and Ethics ontvangen.

De Awards worden uitgereikt tijdens de jaarlijkse IAPH World Ports Conferentie. Deze conferentie zou in 2020 in Antwerpen plaatsvinden, maar is wegens Covid-19 geannuleerd. De Awards zijn nu alsnog digitaal uitgereikt aan de winnaars, waaronder de Nederlandse Zeehavens.

Aangepaste versie website Port of Amsterdam live

Nieuwsbericht
02-07-2020

De nieuwe website van Port of Amsterdam is live. Deze website draait op een nieuwe techniek waardoor we veel beter slimme tools, API's en services via de website kunnen ontsluiten. Eén van die slimme tools en services is MyPort.

MyPort: online platform voor services en tools

Nieuw is MyPort, een online platform waarop je (in de toekomst) alle services en tools op één plek kunt vinden. Door de single sign on-module, hoef je als gebruiker maar één keer in te loggen om bij de door jou meest gebruikte tools te komen. Zoals de tool om meldingen en aanvragen voor ontheffingen en vergunningen te regelen (Applications), waar we in mei al een preview van gaven. Maar ook de digitale sluisplanning (Lock Schedule) is verbeterd en nu te vinden in MyPort. In de blauwe menu balk boven kun je direct naar MyPort.

Informatie: eenvoudig, toegankelijk en vindbaar

Verder is de bestaande informatie op de website is vereenvoudigd en toegankelijker gemaakt. Ook zijn er nu andere landingspagina’s voor bijvoorbeeld Scheepvaart en Business. Nieuw is de categorie Ontdek. Bij Ontdek kun je zelf de haven beleven en zien wat er allemaal gaande is.

Continu in ontwikkeling

De website is continu in ontwikkeling. In de toekomst zullen steeds meer services en tools hierop worden aangeboden. We zijn heel benieuwd naar jouw ervaringen. Heb je feedback voor ons? Mail dit dan naar pto@portofamsterdam.com.

Ogen en oren van de haven

Alle veiligheidsvraagstukken die betrekking hebben op de haven gaan altijd eerst langs Ferry El-Aaidi en Machiel Noijen. Beide heren zijn de ogen en de oren van Port of Amsterdam op het gebied van veiligheid in en rondom het havengebied. Zij zien én horen alles wat er op veiligheidsgebied speelt.

Tijdens de coronacrisis is de rol van Ferry en Machiel nóg belangrijker geworden. Maar wat houdt die rol dan precies in?

Rapport ‘Havenbeeld’

Om de paar dagen maakt Machiel een actuele stand van coronagerelateerde zaken van het Amsterdamse havengebied: het ‘Havenbeeld’. In dit rapport schetst hij de laatste ontwikkelingen op de continuïteit van het scheepvaartproces, de logistieke keten en allerlei veiligheidsaspecten.

Dat beeld wordt onder meer gedeeld met de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, gemeenten en hulpdiensten in het Noordzeekanaalgebied. Maar ook de bedrijven in de haven krijgen toegang tot dit rapport.

Havenbeeld geeft antwoord op vragen als: Wat speelt er op dit moment in de haven? En wat zijn de consequenties van de veiligheidsmaatregelen die worden genomen?

“Ik ben strategisch adviseur van de Havenmeester op het gebied van veiligheid en een linking pin naar de politie, de veiligheidsregio en gemeente”, zegt Machiel Noijen. “Aan mij de taak om de maatregelen die de overheid neemt - of juist versoepeling van de maatregelen - zo snel mogelijk af te stemmen op wat hier in het havengebied gebeurt en de vragen die hier leven.”

Scheepvaart moet op veilig en verantwoorde manier doorgaan

Machiel doet zijn werk samen met Ferry. Ferry is veiligheidscoördinator en medeverantwoordelijk voor incidentenbestrijding binnen het havenbedrijf. Ferry ziet nu allerlei operationele vragen op het gebied van veiligheid en scheepvaartafwikkeling voorbijkomen.

“De sector is als vitaal gelabeld door de overheid. Dat betekent dat de scheepvaart door moet gaan, maar natuurlijk wel op een verantwoorde manier. Het is aan ons de taak om de processen zo in te richten dat dit op een veilige manier gebeurt”, zo zegt Ferry.

Hij noemt het protocol voor de scheepvaart van Port of Amsterdam van januari als voorbeeld. “Hierin staat wat we doen als schepen, die onderweg zijn naar onze haven, een besmetting aan boord hebben. Dit protocol heeft ertoe geleid dat we in februari actief om een Maritieme Gezondheidsverklaring zijn gaan vragen aan zeeschepen die onze haven aandeden. Deze beheersmaatregel hebben we afgestemd met de Port Health Authority Rotterdam, zodat we hierin dezelfde lijn volgen.”

Werkt een protocol wel in de praktijk?

Over een protocol beschikken is één ding, maar werkt het ook in de praktijk? El-Aaidi: “We zijn in februari samen met de GGD’s in het CNB-gebied naar het HOC gegaan om het protocol voor infectieziekten stap voor stap te testen. We hebben gecheckt of we het allemaal in de vingers hebben zitten en of er knelpunten waren. De knelpunten die we zagen hebben we opgepakt en opgelost. Dus in die zin kun je wel stellen dat we voorbereid waren.”

Cruiseschepen weren

Noijen en El-Aaidi zijn nu, tijdens de coronacrisis, verantwoordelijk voor het afhandelen van operationele veiligheidsvragen. Een belangrijke vraag die al snel voorbijkwam was: Kunnen cruiseschepen aanmeren in een haven van de CNB-gemeenten?

Noijen: “Om die vraag te kunnen beantwoorden, maakten we een risicoanalyse met de mate van impact op onze omgeving als cruiseschepen wel of niet komen. Normaal gesproken gaat het cruiseseizoen begin april van start als de Keukenhof opengaat. In die periode doen honderden riviercruiseschepen in korte tijd onze haven aan.

Ook dit jaar stonden tot eind april honderden reserveringen in de boeken. “Na de uitbraak van het virus eind februari hebben we direct geanalyseerd welke gezondheidsrisico’s de komst van cruiseschepen zou hebben”, vervolgt Noijen. “Die uiteindelijke conclusie was dat we deze schepen niet meer in onze haven wilden en konden ontvangen. Vervolgens hebben we samen met de havenmeester de gemeenten, GGD en veiligheidsregio ingelicht."

"Bestuurlijk was het behoorlijk complex om dat besluit te nemen. De havenmeester alleen kan namelijk niet zomaar schepen weren vanwege risico’s voor de volksgezondheid. Daarvoor is een besluit van een hoger hand nodig. Dat officiële besluit kwam uiteindelijk op 17 maart, toen cruise in de Amsterdamse haven als gevolg van de noodverordening van de veiligheidsregio niet meer mogelijk was.”

Goed plan maken

Een tweede taak van El-Aaidi en Noijen is planvorming. Zeker als een crisis lang duurt en uit meerdere fasen bestaat. El-Aaidi: “In een continuïteitsplan voor de operatie van Divisie Havenmeester hebben we diverse scenario’s uitgewerkt, om ons voor te bereiden op mogelijk langdurig uitval van ons personeel. In dit plan staat beschreven hoe de scheepvaart door kan gaan bij een uitval van 20, 30 of zelfs 50 procent. Dit plan geeft ons goed zicht op wat we in die scenario’s allemaal wel en niet kunnen doen. Gelukkig heeft het vitale proces tot op heden niet onder druk gestaan.”

Noijen en El-Aaidi zijn verder ook verantwoordelijk voor de informatievoorziening over de veiligheid in de haven en de continuïteit van de operatie. Noijen: “Daarvoor maken we dus het ‘Havenbeeld’ en stemmen we regelmatig af met partners als Rijkswaterstaat, veiligheidsregio’s, gemeenten, politie, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en Port of Rotterdam.”

Kracht zit in actiegerichtheid

“Als we heel eerlijk zijn, was de voorbereiding op deze crisis niet optimaal”, meent Noijen. “Daar staat tegenover dat je voor een crisis van deze omvang nooit 100% voorbereid kan zijn. Je komt altijd voor verrassingen te staan. Gelukkig is weer gebleken dat onze kracht in onze actiegerichtheid zit. We hebben korte lijnen, waardoor we heel snel kunnen opschalen. Binnen no time hadden we een lijst met preventieve maatregelen en een continuïteitsplan. Hierna konden we ons snel focussen op wat er allemaal in de haven speelt.”