U bent hier:

Onderzoek naar regionale waterstofbackbone door Gasunie en Port of Amsterdam van start

Gasunie en Port of Amsterdam willen de komende vijf jaar een regionale waterstof­backbone in het Noordzeekanaalgebied (NZKG) realiseren. Nog dit jaar moet duidelijk worden of dat ruimtelijk, economisch en technisch haalbaar is.

Met de ontwikkeling van deze regionale waterstofleiding tussen IJmuiden en Amsterdam willen beide partijen de markt voor duurzame waterstof stimuleren en faciliteren, zodat bestaande en nieuwe bedrijven in het NZKG hun verduurzamingsdoelen kunnen realiseren. Daarmee levert het bovendien een significante bijdrage aan de energietransitie doelen van het nationaal Klimaatakkoord.

Open toegankelijke infrastructuur

Het tijdig realiseren van een regionale waterstofleiding is een belangrijke succesfactor voor de ontwikkeling en vestiging van duurzame industrie in het NZKG. Het doel is om een waterstofinfrastructuur te ontwikkelen van IJmuiden naar het havengebied van Amsterdam, waar gebruikers onder gelijke voorwaarden gebruik van kunnen maken.

Een deel hiervan is voorzien als onderdeel van de landelijke waterstofbackbone die door Gasunie zal worden gerealiseerd. Hiermee zal het NZKG worden verbonden met andere Nederlandse, Duitse en Belgische industrieclusters en opslag.

Waterstofinfrastructuur belangrijk in duurzaam energiesysteem

De recent gepubliceerde Kabinetsvisie waterstof en het adviesrapport van de Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie, voorzien een publieke rol voor de start- en ontwikkelfase van het waterstofnetwerk.

Daarom spreekt Gasunie de ambitie uit om in Nederland een open toegankelijke infrastructuur voor het transport van CO2-vrije waterstof te ontwikkelen, die de Nederlandse industriegebieden met elkaar én met die van de buurlanden verbindt. Onderdeel daarvan is de ontwikkeling van regionale waterstofbackbones binnen de industriële regio’s.

Port of Amsterdam wil een actieve rol spelen in de regionale energietransitie en bij het verduurzamen van internationale energieketens. Zij onderschrijft de belangrijke rol van waterstof als duurzame energiedrager en grondstof om deze transitie te realiseren en vindt dat hiermee een grote sprong naar een waterstofeconomie in de regio wordt gemaakt. Port of Amsterdam is ook voornemens om mee te investeren.

Handen uit de mouwen

Om de doelen uit het Klimaatakkoord te halen moet er op afzienbare tijd gestart worden met de aanleg van een waterstofnetwerk. Partijen hebben de intentie om na initiële vaststelling van de haalbaarheid vervolgstappen te zetten richting uiteindelijke realisatie in de komende vijf jaar.

Bij het bepalen van deze haalbaarheid wordt gelet op aspecten als techniek, ruimte, financiën, markt en maatschappelijk draagvlak.

De haalbaarheidsstudie zal eind 2020 zijn afgerond. Potentiële afnemers van waterstof en andere stakeholders zullen nadrukkelijk betrokken worden in dit proces.

Amsterdam Vaart! leidt tot minder uitstoot en congestie in de stad

37% minder CO2-uitstoot, 1.600 minder vrachtwagenritten in de stad en een afname van 19.700 ritten buiten de stad. Het project Amsterdam Vaart! zet zoden aan de dijk. De resultaten werden behaald in de afgelopen 2 jaar door inzet van bouwlogistiek over water bij negen bouwprojecten in en om de stad.

Dat blijkt uit de vandaag gepubliceerde rapportage van Amsterdam Vaart!, opgesteld door TNO. Vracht over de gracht blijkt bittere noodzaak. Gisteren nog werd uit aanvullend onderzoek van de gemeente bekend dat de staat van de bruggen en kades heel slecht is. Verdere ontlasting van de stedelijke infrastructuur door méér transport over het water lijkt onvermijdelijk.

Bereikbaarheid en leefbaarheid

Maar niet alleen slijtage aan bruggen en kades is het gevolg van intensief goederenvervoer. Ook bereikbaarheid en luchtkwaliteit staan onder druk. Dit beïnvloedt de leefbaarheid in de stad. Volgens topsector Logistiek is circa 27% van de CO2-uitstoot in de stad gerelateerd aan bouwlogistiek.

Met het project Amsterdam Vaart! ondersteunt een consortium van Waternet, gemeente Amsterdam, TNO en Port of Amsterdam, met steun van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, negen bouwprojecten bij het verminderen van bouwlogistieke stromen in de binnenstad. Het doel is om het stedelijk verkeer van vrachtwagens te verschuiven naar transport over het water.

In de Amsterdamse haven zijn verschillende hubs waar bouwmateriaal wordt verzameld en vervolgens over water wordt vervoerd naar de bouwprojecten elders in de stad. Vervoer over water moet onder meer leiden tot minder CO2-uitstoot, minder binnenstedelijke ritten en minder zwaar transport over de weg.

Koen Overtoom, CEO Port of Amsterdam: "De resultaten van Amsterdam Vaart! laten zien dat vervoer over water een bijdrage levert aan het verbeteren van het leefklimaat in Amsterdam. Het zorgt voor verduurzaming van stad en haven en brengt ons dichter bij ons gezamenlijke doel: zero-emissie transport."

Efficiënter bouwproces en minder faalkosten

De motivatie van bouwbedrijven om mee te doen aan Amsterdam Vaart! is het verbeteren van de efficiëntie van het bouwproces, onder meer door minder faalkosten bij vervoer over water. Negen bouwprojecten hebben de afgelopen twee jaar ondersteuning gekregen bij het opstellen van een logistiek plan om het vervoer over water van goederen te benutten. Ook wordt vervoer over water in het Amsterdamse beleid verankerd. Er worden mogelijkheden uitgewerkt voor vervoer over water zonder de drukte op het water verder te verhogen.

Meer informatie over de resultaten van Amsterdam Vaart! vind je in het rapport van TNO of op onze website.

26.522 nieuwe zonnepanelen bij CWT Europe in de Amsterdamse haven

Nieuwsbericht
03-05-2021

De afgelopen maanden zijn er bij logistiek dienstverlener CWT maar liefst 26.522 zonnepanelen op negen verschillende daken geïnstalleerd. Dit is ruim 45.000 vierkante meter aan zonnepanelen. Goed voor elektriciteit van zo’n 2.700 gemiddelde Nederlandse huishoudens.

Werkzaamheden verduurzamen

CWT is in de haven van Amsterdam onder andere actief in opslag van cacao en koffie. Om hun werkzaamheden op een duurzame wijze uit te kunnen voeren heeft CWT ervoor gekozen de daken van haar panden in te zetten voor de opwek van zonnestroom. De ruim 26.522 zonnepanelen wekken jaarlijks meer dan 7.500.000 kWh aan groene stroom op. De panelen zijn geplaatst door leverancier KiesZon, dat hierbij gebruik maakte van de SDE+ subsidie. Deze overheidssubsidie stimuleert duurzame energieproductie.

Kwart miljoen m2 zonnepanelen in 2024

Port of Amsterdam heeft de ambitie om in 2024 250.000 m2 zonnepanelen in de haven te hebben. De haven wil vooroplopen in de transitie naar een duurzame samenleving. Hierbij stimuleren we klanten om hun ladingen en activiteiten duurzamer te laten groeien. Zo dragen we bij aan een klimaat neutrale haven en regio.

Klimaatneutraal in 2050

De gemeente Amsterdam wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Art van der Giessen, Programmamanager Zonne-energie Gemeente Amsterdam: ‘’De haven speelt een belangrijke rol in de duurzaamheidsambities van gemeente Amsterdam. Dit is een mooi voorbeeld van hoe Havenbedrijf, bedrijfsleven en overheid samenwerken aan de ambitie voor een klimaatneutraal Amsterdam.’’

En de naam is...

Port of Amsterdam heeft de naam van het nog te bouwen waterstofvaartuig onthuld. Het schip gaat de Neo Orbis heten, een combinatie van Grieks (Neo) en Latijn (Orbis) dat de Nieuwe Wereld betekent.

De Nieuwe Wereld symboliseert waar waterstof voor staat. De o's in het beeldmerk stellen de atomen voor die samen het waterstofmolecuul vormen.

De keuze voor de naam en het logo is genomen in samenspraak met de schippers die met het vaartuig gaan varen. Het schip moet eind 2022 in de vaart komen. De ombouw is onderdeel van H2Ships, een project van Interreg North West Europe.

Accepteer cookies

Accepteer marketingcookies om deze video te bekijken.

Klik hier
 
Logo interreg north west Europe h2ships

Hoe kunnen we offshore wind circulair maken?

Nieuwsbericht
19-04-2021

Door: Dorothy Winters, Programmamanager Offshore Wind, Amsterdam IJmuiden Offshore Ports (AYOP)

Offshore wind is een van snelst groeiende sectoren. In Europe is er in 2020, 26 miljard euro geïnvesteerd in wind op zee. Wind op zee is één van de van de belangrijke componenten voor de opwekking van duurzame elektriciteit als onderdeel van de energietransitie. De eerste generatie windturbines uit de periode 2007-2008 gaan richting het einde van hun levensduur. De sector staat daarmee voor nieuwe vraagstukken over circulaire ontmanteling.

De sector is zich er steeds meer van bewust, dat ze weliswaar ontwerpt, bouwt en onderhoudt maar dat ze tot voor kort nog lineair was ingericht. Functies van windturbines ná gebruik zijn er niet. James Hallworth, Allard Klinkers (beiden van Port of Amsterdam) en Dorothy Winters (AYOP) hebben in de afgelopen maanden een aantal sessies gevolgd die zich richtten op de duurzaamheid en circulariteit van windturbines.

Circulair denken is een breder onderwerp dan enkel in offshore wind. Binnen de haven van Amsterdam en de Metropoolregio Amsterdam wordt er gekeken hoe het lineaire denken omgezet kan worden in circulair.

Uitdagingen

De ontwikkeling van circulaire windturbines kent een aantal aandachtspunten. We lichten er drie uit: de continue ontwikkeling van de turbines, de verschillen tussen de generaties turbines en de uitdaging van de composietverwerking.

Snelle ontwikkeling 

Een grote vraag naar windenenergie gecombineerd met een grote technologische ontwikkeling laat turbines letterlijk groeien: in hoogte, volume en gewicht tegen een sterk prijsgedreven achtergrond. De focus is om alles sterker, lichter, groter en daarmee efficiënter te maken. Circulariteit is daarbij nog van ondergeschikt belang.

Verschillende generaties

Tussen verschillende generaties turbines bestaan verschillen. De materialen die in de eerste generatie in een blad zijn toegepast, zijn niet meer de materialen die in latere generaties zijn gebruikt. Dit betekent ook dat oplossingen die we nu kunnen toepassen op deze eerste generatie niet zomaar toepasbaar zijn op de tweede generatie, en de tweede op de derde etc. De eerste generatie turbines kregen in de zoute en offshore omstandigheden zo op hun ‘donder’, dat onderdelen nu niet meer opnieuw te gebruiken zijn.

Composiet Challenge

De bladen zijn gemaakt van composiet gecombineerd met andere materialen zoals hout, vezels, harsen en lijmen. Deze zijn moeilijk als individuele elementen uit elkaar te halen. Nu de eerste bladen van zee komen, zien we in de verwerking nog maar weinig toepassingen voor hergebruik. Wel zijn ze gebruikt als versterking van beton, geplaatst in speeltuinen of als overkapping van een fietsenstalling ingezet. Daar komt bij dat de volumes van bladen een significant onderdeel zijn van de turbine, maar afgezet tegen een specifieke composiet verwerkingsmarkt op industriële schaal weer relatief klein zijn.

Wat kunnen we leren uit andere sectoren?

Kijkend naar productie, bouw, onderhoud en ontmanteling van offshore wind en de elektrische infrastructuur, zijn er veel raakvlakken met andere sectoren. De maakindustrie, high-tec, logistiek, maritiem, offshore olie & gas, data gedreven onderhoud, energie en infrastructuur. Onze regio, het Noordzeekanaalgebied, kent een enorme diversiteit aan sectoren. Wat zijn voorbeelden die we in de omgeving zien en kunnen toepassen? Oftewel, wat kunnen we leren van andere sectoren?

Integraal ontwerp

De windturbine is net een als een auto een mooi lego-ontwerp. De onderdelen van verschillende leveranciers worden in een ontwerp ingepast. Dit design is nog niet integraal en dat zien we ook terug bij ontmanteling. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een elektriciteitscentrale. Fabrikanten kijken bijna uitsluitend naar de eigen componenten. Wij denken dat je winst kunt behalen (of afbreukrisico kunt vermijden), door gezamenlijk de mogelijkheden uit te wisselen. Je wil het proces van bouwen immers niet omkeren, maar inrichten naar het volgende gebruik van de onderdelen.

Serviceconcepten

Je kunt tegenwoordig je auto en de verlichting van kantoor leasen, en de batterijen van je Tesla blijven in eigendom van Tesla. In diverse sectoren ontstaan er nieuwe business modellen. Denk bijvoorbeeld aan het autodelen of het huren van je wasmachine. Als een turbine in eigendom blijft van de bouwer of OEM, voorkomt dat ook de discussie over het eigenaarschap en wie er aan de lat staat bij de ontmanteling ervan.

Hergebruik onderdelen

Op land zien we dat gereviseerde landturbines een tweede leven vinden op een andere locatie. Bij reparatie vervangt de turbinefabrikant onderdelen door nieuwe. In de vliegtuigindustrie, een sector die ook zeer hoge eisen stelt, is er een markt voor gereviseerde onderdelen -mét certificaat. Data gedreven onderhoud heeft dan niet alleen voordeel tijdens gebruik, je hebt ook een goede inventarisatie bij een end of life turbine.

Hoe kan onze regio daaraan bijdragen?

In onze regio hebben we een gezond ecosysteem voor de hoogwaardige circulaire verwerking in een straal van 30 kilometer. Het succes van dit ecosysteem zit hem in de een aantal factoren; kennis van materialen, ervaring in hergebruik en verwerking, en logistieke expertise.

Materialenkennis

Binnen het Noordzeekanaalgebied en de Metropoolregio Amsterdam zit een diversiteit van hoog technische bedrijven. Van verwerking van elektronica, vezels en end of life plastics of composiet, van milieukennis en toegepast onderzoek tot non-destructive testing. Organisaties die een rol kunnen spelen in het beoordelen van het materiaal, mogelijkheden van hergebruik én bedrijven die potentiële afnemers zijn.

Ervaring & ruimte

Circulaire activiteiten, afvalverwerking - met een steeds verdere verfijning - is een bestaande sector. Er zijn veel bedrijven die kennis en kunde over circulariteit hebben en al toepassen op materialen uit een turbine. De potentie voor onze sector is te vinden bij een groot aantal bedrijven en startups die deze technieken toepassen in andere sectoren maar nog niet in offshore wind. Met een ontmantelingslocatie in de Amsterdamse haven is er ook letterlijk plaats voor.

Logistiek

Bij ontmanteling zit de crux niet in de reverse logistics, met andere woorden in het afbreken zoals je het opgebouwd hebt. De volgende fase is van belang voor de manier waarop je ontmanteling en transport gaat inrichten. Of je een blad inzet voor een abri of gebruikt voor een pyrolyseproces tot olieproduct bepaalt de manier waarop je ontmantelt. Ontvangst en verwerking in een straal van 30 kilometer voorkomt het onnodig slepen met materiaal. Ook weer duurzaam.

Yes we can!

Binnen Amsterdam IJmuiden Offshore Ports werkt een aantal leden uit de keten samen voor het ontmantelen van offshore olie- & gasplatform. Mooi en hoopgevend te zien is, dat zij met elkaar hebben geconstateerd dat het haalbaar is om een circulaire case ook commercieel haalbaar te maken.

Port of Amsterdam en Amsterdam IJmuiden Offshore Ports streven dat ook na voor offshore wind. In een regio waar de hele keten vertegenwoordigd is, met inzet van de kennis en ervaring die bijdraagt aan slimme oplossingen. Gezamenlijk willen we onderzoeken hoe de toepassingen aan het einde van de levensduur van een turbine uitgebreid kunnen worden én mogelijk als input kan dienen voor het ontwerp aan de voorzijde.

Nú koers kiezen voor Nederland Waterstofland

Nieuwsbericht
19-04-2021

Met nog minder 100 dagen te gaan tot de uitgestelde Olympische Spelen in Tokyo, grijpen de koplopers van Nederland Waterstofland het moment aan om aandacht te vragen voor de kracht van Nederland als waterstofland.

Onder de noemer Missie H2, een initiatief van Gasunie, Groningen Seaports, Remeha, Shell, Stedin Groep, Toyota en Port of Amsterdam, wordt samen met de ambassadeurs van TeamNL bekendheid gegenereerd voor waterstof als pijler onder de klimaatambities van Nederland. De campagne met als boodschap “Samen maken we Nederland Waterstofland” wordt vandaag gelanceerd.

In de campagne laten Olympische sporters Marit Bouwmeester, Kiran Badloe, Ferry Weertman en andere Olympische en Paralympische watersporthelden zien dat als we nú koers kiezen, we straks met zijn allen de spetterende energie van waterstof ervaren. En dat is nodig. Want als we niet nú opschalen naar grootschalige waterstoftoepassingen raken wij op achterstand ten opzichte van onze buurlanden, halen wij de klimaatdoelen niet en maken we onvoldoende gebruik van het nationale verdienvermogen van waterstof. Reden genoeg voor dit waterstofconsortium om de noodklok te luiden!

Door de verbondenheid met wind en water, is Nederland uitstekend gepositioneerd om hét waterstofland van Europa te worden. We hebben alles in huis: de Noordzee voor offshore wind, zeehavens, kennis, en de infrastructuur. Maar dan moeten wij vandaag uit de startblokken: Samen maken we Nederland Waterstofland!

Visie, daadkracht en versnelling

Vorige week presenteerden maar liefst 80 Nederlandse bedrijven hun waterstofcommitments aan de overheid. Het Nederlands bedrijfsleven toont daarmee daadkracht en de investeringsbereidheid voor het versnellen van de waterstofeconomie, voor de werkgelegenheid, voor de economie én voor het klimaat. Het aanstaande kabinet is aan zet!

Ulco Vermeulen, Raad van Bestuur van Gasunie, één van de Missie H2-partners: 'De vergelijking waterstoftransitie en topsport is perfect. Op dit moment bereiden nationale sportfederaties, Olympische en Paralympische Comités en bovenal onze atleten zich met volle toewijding en eensgezindheid voor op het grootste sportevenement ter wereld. Dat is exact de reden waarom wij nu met volle energie inzetten op een groene toekomst met waterstof. Overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten moeten nu eenzelfde visie, focus en daadkracht tonen als onze topsporters. Met minder gaan wij het niet redden.”

Samenwerking TeamNL & watersportbonden

In de campagne wordt nauw samengewerkt met TeamNL en de watersportbonden KNZB, KNRB en het Watersportverbond. Onze watersporters kennen de kracht van wind en water als geen ander. Daarom zijn we zo trots op onze meervoudig Olympisch, Paralympisch, Wereld-, Europees en Nederlands kampioenen: Marit Bouwmeester, Ferry Weertman, Kiran Badloe, Liesette Bruinsma, Ilse Paulis & Marieke Keijser.

Jaarverslag eNose-netwerk Amsterdam 2020

Nieuwsbericht
07-04-2021

Sinds 2015 werken de provincie Noord-Holland en Port of Amsterdam aan een netwerk van elektronische neuzen (eNoses). Het doel van dit netwerk is het opsporen van de oorzaken van geurhinder. Geur is namelijk een van de grootste bronnen van overlast in Noord-Holland.

Daarnaast monitoren de ‘neuzen’ rond het Noordzee- en Amsterdam-Rijnkanaal het provinciaal milieuverbod op varend ontgassen.

Het netwerk bestaat inmiddels uit 88 eNoses. Een eNose is een meetinstrument met vier sensoren dat veranderingen signaleert in de luchtsamenstelling. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) monitort de eNoses en brengt jaarlijks verslag uit van de resultaten.

Hieronder staan de belangrijkste conclusies over geurmonitoring met de eNoses uit het jaarverslag 2020.

Belangrijkste conclusies jaarverslag 2020

  1. In 2020 zijn 8.619 eNose alarmeringen geregistreerd. In 2019 waren dit er 3.003. Deze stijging is veroorzaakt door één eNose in de Australiëhaven die 5.596 alarmeringen gaf (64% van het totaal). Dit was het gevolg van een storing bij een bedrijf in de buurt van de eNose, waardoor er een tijdelijke ophoping van bodemas plaatsvond. Hier sloegen de eNoses op aan.
  2. Naast bovengenoemde eNose zijn 10 andere eNoses verantwoordelijk voor een groot deel (22%) van de alarmeringen in het Westelijk Havengebied. Een deel hiervan is afkomstig uit de Afrikahaven en wordt vermoedelijk veroorzaakt doordat hier een plaats is aangewezen voor het ontgassen van schepen. Een ander deel is wordt waargenomen in de Amerika- en Australiëhaven en is merendeels afkomstig de op en overslag van brandstofproducten.
  3. In 2020 zijn in het Westelijk havengebied 340 geurklachten geregistreerd. Dit is een toename van 24% die grotendeels afkomstig is door meldingen van burgers die geuroverlast ervaren en hierbij één specifiek bedrijf aanwijzen. In 201 gevallen is de werkelijke veroorzaker gevonden. In de overige gevallen bleek het niet mogelijk om met zekerheid vast te stellen wat de oorzaak van de geur was.
  4. De ontgassingstool, die het varend ontgassen van vaartuigen detecteert, heeft in 2020 in totaal 380 meldingen gegenereerd. Dit is een stijging van 11% ten opzichte van de 342 meldingen in 2019.
  5. Een eNose geeft via de ontgassingstool een alarmering af als er ontgast wordt. In 2020 hield het ILT landelijke actiedagen voor het varend ontgassen. Hierbij zijn landelijk negen processen-verbaal opgemaakt. Vier hiervan kwamen voort uit OD NZKG processen-verbaal van bevindingen van de OD NZKG.
  6. Uit een analyse komt naar voren dat niet alle eNoses een even grote rol spelen in het verklaren van overlast. Het verdient aandacht om de locaties van de eNoses te blijven bestuderen en mogelijkerwijs te verplaatsen wanneer dit het totale beeld ten goede komt.
  7. Door gebiedsgerichte aanpak bij Tuindorp Oostzaan heeft de OD NZKG meer kennis gekregen over de geurbronnen en hun herkomst in deze gebieden. Deze informatie wordt gebruikt voor vervolgonderzoek en het vinden van oplossingen.  

Het Jaarverslag eNose-netwerk Noordzeekanaalgebied en Amsterdam-Rijnkanaal 2020 vind je op de website van de OD NZKG.

 

'Waterstofketen moet sneller volwassen worden', vindt brede coalitie van bedrijven

Persbericht
07-04-2021

Wij gaan de waterstofeconomie in Nederland versnellen, en wel nu. Meer dan 80 Nederlandse bedrijven hebben de handen ineengeslagen om te laten zien dat ze van waterstof in Nederland een succes gaan maken; voor de werkgelegenheid, voor de economie én voor het klimaat.

Vandaag overhandigen zij hun ‘Bidbook vol Waterstof-commitments’ aan Diederik Samsom, kabinetschef van Eurocommissaris Frans Timmermans. Een boek vol toewijding, concrete plannen en projecten.

Initiatiefnemers Gasunie, Toyota (Louwman Group), Groningen Seaports, Remeha, Shell, Stedin Groep en Port of Amsterdam bouwden de coalitie uit tot een indrukwekkend gezelschap van bedrijven uit de hele waterstofketen én daarbuiten: producenten, industrie, mobiliteit, techniek en advies. Van innovatieve start-ups tot grote multinationals.

Het bidbook toont een uniek overzicht van nieuwe waterstofprojecten en concrete plannen in heel Nederland:

  • Dieselaggregaten en machines op aardgas worden in dit bidbook omgebouwd tot mini-elektrolysers, waterstofaggregaten en -machines. In te zetten bij festivals, bouwprojecten, op campings, in fabrieken van koekjes, brood en meer. Alles plug and play.
  • Bedrijven die hun schepen, vrachtwagens, zware bedrijfswagens en personenauto’s willen vervangen voor voertuigen op waterstof; bedrijven die deze voertuigen leveren én bedrijven die de tankinfrastructuur hiervoor aanleggen en de waterstof leveren;
  • De aanleg en aanpassing van offshore windparken, van grootschalige ondergrondse infrastructuur en specifieke installaties bovengronds. Van wind op zee naar waterstofgebruik achter de voordeur van een industriebedrijf of woning;
  • De bouw van waterstoffabrieken en elektrolysers bij industrie- en chemiebedrijven om in de toekomst de CO2-uitstoot te verminderen.

Het hele bidbook ademt ambitie: bedrijven investeren fors en durven risico te nemen. Ze laten zien dat Nederland de kennis, ervaring, ligging én bedrijven heeft voor een succesvolle waterstofketen. Een keten waarin de overheid niet kan ontbreken.

Naast het bieden van commitment vragen de bedrijven ook commitment van de overheid. Daarom zijn onder regie van professor future energy systems Ad van Wijk belangrijke beleidsvragen opgesteld in de vorm van ‘De 10 waterstof-commitments van Nederland’:

  1. Wij zullen waterstof liefhebben gelijk wij ook elektriciteit liefhebben.
  2. Wij zullen onze gasinfrastructuur, opslagfaciliteiten, tankinfrastructuur en haven-faciliteiten ruimhartig en spoedig geschikt maken voor waterstof.
  3. Wij zullen schone waterstofproductie, transport, vraag, innovatie en bedrijvigheid ruimhartig financieel ondersteunen voor een schone, gezonde en krachtige economie, werkgelegenheid, milieu en leefomgeving.

Er zijn nog zeven commitments die aangeven: dit is een call to action. Schone waterstof is een unieke kans om ons uit de crisis te investeren en te ondernemen. Laten we het nu doen en voorkomen dat de landen om ons heen ons inhalen.

Koplopers Nederland Waterstofland is een initiatief van de zeven bedrijven achter Missie H2: Gasunie, Toyota (Louwman Group), Groningen Seaports, Remeha, Shell, Stedin Groep en Port of Amsterdam. Op woensdag 7 april van 13.00 tot 14.15 uur is het eerste exemplaar overhandigd aan Diederik Samsom tijdens een online event.

H2ships: varen op waterstof

Binnenkort vaart één van onze eigen vaartuigen op waterstof. Daar werken we nu aan met TU Delft in het Europese project H2Ships, van Interreg North West Europe. Het gaat om het vaartuig dat we inzetten voor speciale gelegenheden, zoals jubilea of een afscheid, en rondvaarten door de haven.

Bij Port of Amsterdam maken we ons hard voor de productie en het toepassen van waterstof. Wij geloven dat waterstof een grote bijdrage levert aan de energietransitie en het verschonen van de scheepvaart. Daarom doen we mee met H2ships, een pilot van Interreg North West Europe, waarmee we kijken hoe de scheepvaart kan varen op waterstof. Voor deze pilot bouwen we ons eigen vaartuig om naar een elektrisch vaartuig, dat wordt aangedreven op door waterstof. 

Maar hoe gaat dat in zijn werk? En hoe wordt die waterstof gemaakt? In dit filmpje leggen Patricia Haks (Projectmanager) en Jan Egbertsen (Manager Innovation) het uit.

Accepteer cookies

Accepteer marketingcookies om deze video te bekijken.

Klik hier

Meer over waterstof
Naast H2Ships, zijn er nog veel meer projecten en initiatieven op het gebied van waterstof in de Amsterdamse haven. Zo doen we mee aan Missie H2, vind je sinds kort het eerste waterstoftankstation in de Amsterdamse haven, werken we met Tata Steel en Nouryon aan een waterstoffabriek en onderzoeken we de mogelijkheden voor de bouw van een fabriek voor de productie van synthetische kerosine met behulp van waterstof. Ontdek meer over onze waterstofprojecten.

Werken aan import van 1 miljoen ton groene waterstof in Amsterdamse haven

Port of Amsterdam en tankopslagbedrijf Evos willen op jaarbasis 1 miljoen ton groene waterstof importeren in de Amsterdamse haven.

Samen met drie gespecialiseerde waterstofpartijen onderzoeken ze de komende zes maanden daarvan de haalbaarheid, stellen ze een blauwdruk op en schetsen ze een routekaart richting 2030 én daarna.

Onder de naam H2Gate hebben Port of Amsterdam, Evos, Electriq Global, Hydrogenious en Hysilabs de handen ineengeslagen om de technische en commerciële haalbaarheid te onderzoeken van het importeren en opslaan van waterstof op industriële schaal. Ook werken de partijen gezamenlijk aan een blauwdruk voor een import-, opslag-, distributie- en handelshub, bestaande uit faciliteiten met een totale doorvoercapaciteit van 1 miljoen ton waterstof per jaar.

Goede uitgangspositie 

De vijf partijen verwachten dat waterstof een centrale rol gaat spelen in de overgang naar een duurzaam energiesysteem. Die transitie is noodzakelijk om in 2050 te voldoen aan het Europese doel om klimaatneutraal te zijn. Amsterdam is goed gepositioneerd om in deze transitie een belangrijke rol te spelen. Zo is de Amsterdamse haven al decennialang een toonaangevend internationaal knooppunt voor de handel in energieproducten. En zijn er in de Amsterdamse metropoolregio veel initiatieven gaande die voor de ontwikkeling zorgen van een groen waterstofcluster, zoals productie van groene waterstof.

De H2Gate-partners delen de visie dat naast lokale productie van waterstof ook import nodig is om aan de toekomstige vraag in Europa te voldoen.

Bouwen aan een internationale supply chain 

Waterstoftransport heeft wel z’n uitdagingen. Om grote hoeveelheden te transporteren moet waterstof sterk worden gecomprimeerd en gekoeld. In het H2Gate project verkennen we de mogelijkheden van de verschillende waterstofdragers. Daaruit volgen later mogelijk studies en proefprojecten voor ontwerp en realisatie.

Het H2Gate-project wordt gezien als een belangrijke stap in de realisatie van een internationale supply chain voor waterstof op commerciële schaal. Afhankelijk van de beschikbaarheid van groene waterstof over de hele wereld en de groei van de vraag in Europa, kan deze toeleveringsketen naar verwachting tegen het einde van dit decennium opschalen.

Ramon Ernst, Managing Director van Evos Amsterdam: 'Dit project past perfect in onze ambitie om infrastructuuroplossingen te ontwikkelen voor een koolstofvrije energietoekomst. De expertise van Evos ligt in de opslag en behandeling van grote hoeveelheden energieproducten en we willen ons portfolio graag verder uitbreiden met nieuwe schone vormen. We zijn blij om met capabele en gemotiveerde partners aan een gedeelde visie te kunnen werken.’

Eduard de Visser, hoofd Strategie en Innovatie Port of Amsterdam: 'Als Port of Amsterdam willen we koploper zijn in de energietransitie. Onze gevestigde positie als formidabele, internationale energiehub betekent dat we de infrastructuur, de partners en de kennis en ervaring hebben om een katalysator te zijn voor nieuwe, duurzame energieproducten. Wij zijn er trots op om met Evos en andere partners samen te kunnen werken aan H2Gate. Het laat mooi zien hoe innovatief en ondernemend de Amsterdamse haven is.’

image