Sleepbootgebruik sluizencomplex IJmuiden

Period: 
woensdag, 7 juni, 2017 - 09:30
Area: 
IJmuiden sluis

De directeur openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer, maakt namens de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat het volgende besluit bekend:

Gelet op:

Artikelen 6 en 8 van de Scheepvaartverkeerswet;

Artikelen 1.01 onder A, leden 7 en 8, 10.01 lid 1 en bijlage 11 van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR);

Artikel 1.1 lid 1 en bijlage 1 van de Waterwet;

Het besluit van 11 april 2013 (Stcrt 9184) van de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat en de Minister van Infrastructuur en Milieu houdende verlening van mandaat voor de uitvoering van nautische rijkstaken in het Noordzeekanaalgebied aan de directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied (Besluit mandaat nautische rijkstaken Noordzeekanaalgebied).

Overwegende dat:

De bevoegdheden op de rijks-wateren in het Noordzeekanaalgebied namens de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat in mandaat worden uitgevoerd door de directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer;

Conform artikel 10.01 en bijlage 11, het Noordzeekanaalgebied is aangewezen als toepassingsgebied van hoofdstuk 10 van het Binnenvaartpolitiereglement.

Passages van Zeegaande schepen door het sluizencomplex te IJmuiden problemen kunnen veroorzaken voor de veiligheid van het scheepvaartverkeer en het waterbeheer;

Deze problemen te voorkomen zijn door specifieke voorschriften te stellen, die zijn gericht op het verplicht gebruik van Havensleepboten.

Besluit:

Ten behoeve van de instandhouding van de, over het sluizencomplex IJmuiden gelegen primaire waterkering, alsmede ten behoeve van een vlotte en veilige sluispassages dienen Zeegaande schepen overeenkomstig de onderstaande tabellen gebruik te maken van de assistentie van een Havensleepboot (definitie 1) als achtersleepboot.

Sleepbootgebruik sluizencomplex:

Het gebruik van Havensleepboten bij passages van Zeegaande schepen door het sluizencomplex te IJmuiden, is verdeeld in twee categorieën:

Zeegaande schepen, niet zijnde Marginale schepen zoals bedoeld in basijn 31/2017;

Marginale schepen, (met vergunning groter dan de standaard toegestane afmetingen), zie basijn 31/2017.

Sleepbootgebruik voor Zeegaande schepen Nieuwe zeesluis en Noordersluis

Bij de passage van de Nieuwe zeesluis en de Noordersluis maken Zeegaande schepen, niet zijnde Marginale schepen, met in achtneming van de Uitzonderingen, conform onderstaande tabel gebruik van een Havensleepboot als achtersleepboot:

Middensluis
Bij de passage van de Middensluis maken Zeegaande schepen, met inachtneming van de Uitzonderingen, conform onderstaande tabel gebruik van een Havensleepboot als achtersleepboot

Uitzonderingen

Voor Zeegaande schepen welke zijn uitgerust met de volgende typen voortstuwing, geldt de verplichting tot het gebruik van een achtersleepboot niet:

verstelbare schroef;

azi- en fixed pods;

dieselelektrische voortstuwing;

keerkoppeling;

conventionele voortstuwing met een goed werkende boegschroef in combinatie met een dwarsscheeps gerichte hekschroef.

Marginale schepen

Het sleepbootgebruik van Marginale schepen welke door de Noordersluis passeren, is vastgesteld in basijn 31/2017.

Definities

Havensleepboot:

Een goed wendbare boot met een verhoudingsgewijs groot motorvermogen, specifiek gebouwd en ingericht voor het assisteren en verslepen van zeeschepen en drijvende objecten in havengebieden met de volgende basiskenmerken

Lengte vanaf 20m tot ca. 35m;

Breedte vanaf 7m tot ca. 13m;

Bollardpull (treksterkte) vanaf 20 ton;

Minimaal 1 sleeplier;

Voortstuwing geleverd door twee of meer motoren in verband met de veiligheid;

Uitgerust met twee of meer onafhankelijk van elkaar, 360° draaibare roerpropellers of Voith-Schneider voortstuwing;
 

Deadweight (DWT): Het draagvermogen van een schip uitgedrukt in ton (1000 kg).

Het draagvermogen is het verschil tussen de waterverplaatsing van een Zeegaand schip in maximaal beladen toestand en het leeggewicht van het schip (zonder vracht, zonder brandstof of smeerolie, zonder ballastwater, zonder vers water of drinkwater in de tanks, zonder proviand, zonder passagiers of bemanningsleden en zonder hun persoonlijke bezittingen).

Zeegaand schip: Een groot schip dat, nadat het van zee is gekomen dan wel voordat het naar zee vertrekt, deelneemt aan de scheepvaart op een in bijlage 11 van het BPR genoemde vaarweg.

Marginaal schip: een schip, behorende tot een daartoe door de bevoegde autoriteit aangewezen categorie van schepen, die in hun manoeuvreerbaarheid zijn beperkt, doordat zij ten gevolge van hun lengte, breedte of diepgang  gebonden zijn aan een bepaald gedeelte van de vaarweg.

Basijn 33/2016, sleepbootregeling sluizencomplex IJmuiden, komt hierbij te vervallen.

 

Heeft u vragen over deze basijn, dan kunt u contact opnemen met 020-5234692

De minister van Infrastructuur en Milieu,

Namens deze:

De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat,

Namens deze:

De directeur Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied

M.F. van de Kerkhof

 

Beroepsmogelijkheid

Tegen dit verkeersbesluit kan door een belanghebbende, op grond van artikel 6 van de Scheepvaartverkeerswet en op grond van de Algemene wet Bestuursrecht, binnen 6 weken na bekendmaking, schriftelijk beroep worden ingesteld bij de rechtbank. Het beroep moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

-              de naam en adres van de indiener;

-              de dagtekening;

-              een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht;

-              de gronden van beroep.

Het beroep kan gericht worden aan:

Rechtbank Amsterdam

Sector Bestuursrecht

Postbus 75850

1070 AW Amsterdam.

Toelichting:

Bij conventionele voortstuwingen op zeeschepen wordt de draairichting van de hoofdmotor en voortstuwing, door middel van startlucht omgekeerd.  Na veel manoeuvreren is de kans aanwezig dat op een gegeven moment de startlucht is verbruikt en de motor niet meer achteruit gestart kan worden om bijv. bij het invaren van een sluis de scheepssnelheid te verminderen. Ook is het tijdsverloop tussen vooruit- en achteruit draaien van een conventionele hoofdmotor relatief lang en is de motor storingsgevoeliger.

Om bij het invaren van een sluis de zekerheid te hebben dat dergelijke schepen tijdig stilgelegd kunnen worden, alsook ter bescherming van de primaire waterkering en ten behoeve van de vlotte en veilige sluispassages, moeten schepen vanaf een bepaald DWT en een conventionele hoofdmotor een achtersleepboot gebruiken.

Bij modernere voortstuwingen van zeeschepen blijft de hoofdmotor in één richting draaien of wordt de voortstuwing elektrisch aangedreven zoals bij azipods, waardoor het risico op een storing veel minder is als bij de conventionele scheepsmotoren.

Behoudens het gestelde in de basijn Marginale schepen door de Noordersluis, zijn zeeschepen uitgerust met voortstuwingen zoals beschreven in bovengenoemd lid 1.3, niet verplicht tot het gebruik van een achtersleepboot.

Announcement number: 
2017/32