Regeling melding zeeschepen Noordzeekanaalgebied

Period: 
vrijdag, 18 december, 2015 - 12:00
Area: 
Amsterdam Noordzeekanaalgebied

Basijn Nr. 43 / 2015

De directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer, maakt het volgende bekend namens de Colleges van B&W van Amsterdam, Beverwijk, Velsen en Zaanstad:

De Colleges van B&W van deze gemeenten hebben respectievelijk op 1 september 2015, 1 september 2015, 3 november 2015 en 17 november 2015 de Regeling melding zeeschepen Noordzeekanaalgebied vastgesteld en aansluitend gepubliceerd. Volgend uit deze reeks van publicaties is, dat deze Regeling voor het gehele Noordzeekanaalgebied van kracht is geworden per 1 december 2015.

De regeling is gebaseerd op artikel 5.1, lid 1 onder j, van de Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2012 en voorziet in de reparatie van juridische basis voor het aanleveren van de benodigde informatie bij aankomst, verhalen en vertrek van de zeescheepvaart in het Noordzeekanaalgebied ten behoeve van de operationele afhandeling. Deze informatie werd al wel door de scheepvaartsector aangeleverd, maar met het wijzigen van de landelijke wetgeving was de juridische basis vervallen.

De tekst van de vaststelling van de Regeling Melding Zeeschepen Noordzeekanaalgebied luidt:

Regeling meldingen zeeschepen Noordzeekanaalgebied 2015

Het College van B&W van de gemeentes Amsterdam/Beverwijk/Velsen/Zaanstad;
overwegende dat:

-            zeeschepen op grond van nationale regelgeving bepaalde gegevens moeten melden voordat zij de haven binnenlopen, dan wel daaruit vertrekken;
-            de te melden gegevens te summier zijn om het scheepvaartverkeer in de haven veilig en efficiënt af te handelen;
-            het derhalve wenselijk is om zeeschepen te verplichten additionele meldingen aan de Havenmeester te melden bij aankomst, vertrek en indien het zeeschip binnen de haven wordt verhaald;

gelet op artikel 5.1, lid 1 onder j. van de Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2012;

besluit vast te stellen:

Regeling meldingen zeeschepen Noordzeekanaalgebied 2015

Artikel 1           Begripsbepalingen

In deze regeling wordt, in afwijking van het bepaalde in artikel 1.1 onder mm van de Regionale Havenverordening Noorzeekanaalgebied 2012, verstaan onder:

-                 zeeschip: zeeschip met een bruto tonnage van 300 of meer of elk zeeschip, waarmee een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 3, onderdeel g, of een schadelijke stof als bedoeld in artikel 3, onderdeel h, van de Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot het intrekken van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG 2002, L 131) wordt vervoerd.

Artikel 2           Meldingen aankomst zeeschip

Van een zeeschip dat op weg is naar een in de gemeente gelegen ligplaats worden aan de havenmeester de volgende gegevens gemeld:

a.         entry point zeezijde of achterland;
b.         naam van kapitein;
c.         nummer van de verklaring van vrijstelling (indien van toepassing);
d.         eventuele bijzonderheden aangaande het schip (defecten, schade, beperkingen);
e.         diepgang;
f.          naam van het in te zetten loodsbedrijf (indien van toepassing);
g.         naam van het in te zetten slepersbedrijf (indien van toepassing);
h.         aantal sleepboten dat wordt ingezet (indien van toepassing);
i.          naam van de in te zetten bootliedenorganisatie (indien van toepassing);
j.          naam van de scheepsagent;
k.         naam van de contactpersoon bij de scheepsagent;
l.          gegevens van de ligplaats;
m.        gegevens van de positie van de ligplaats waar wordt afgemeerd;
n.         van tankschepen met lege ladingtanks:
 1°.      correcte technische benaming van de laatste gevaarlijke of verontreinigende stof;
 2°.      VN-nummers waar deze bestaan, en;
 3°.      IMO-risicoklassen overeenkomstig de IBC- en IGC-code;
o.        indien een ruimte of de lading is ontsmet met een gas of met een stof die gas afstaat, wordt tevens gemeld:
 1°.      de aard van de ontsmette lading;
 
2°.      de chemische of technische benaming van het gebruikte ontsmettingsmiddel;
 
3°.      de ontsmette ruimte of de plaats van stuwage van de ontsmette lading;
 4°.      de datum en de plaats of de haven van behandeling met een ontsmettingsmiddel;
 5°.      de ruimten die zijn geventileerd na behandeling met een ontsmettingsmiddel;
 6°.      of geschikte gasmeetapparatuur aan boord is voor het meten van concentraties van ontsmettingsgas;
 7°.      of ruimten voor aankomst zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van een ontsmettingsgas onder vermelding van de ruimte en de gemeten waarde in deeltjesvolume per miljoen; en
p.         locatie heli landingzone aan boord.

Artikel 3           Meldingen verhaal zeeschip

Van een zeeschip dat vanaf een in de gemeente gelegen ligplaats op weg is naar andere in de gemeente gelegen ligplaats worden aan de havenmeester de volgende gegevens gemeld:
a.         bezoek identificatie (call reference nummer);
b.         identificatie zeeschip:
 1°.      naam;
 2°.      roepnaam, en;
 
3°.      IMO-identificatienummer of MMSI nummer;
c.         naam van de kapitein;
d.         nummer van de verklaring van vrijstelling (indien van toepassing);
e.         eventuele bijzonderheden aangaande het schip (defecten, schade, beperkingen);
f.          aantal opvarenden aan boord;
g.         diepgang;
h.         naam van het in te zetten loodsbedrijf (indien van toepassing);
i.          naam van het in te zetten slepersbedrijf (indien van toepassing);
j.          aantal sleepboten dat wordt ingezet (indien van toepassing);
k.         naam van de in te zetten bootliedenorganisatie (indien van toepassing);
l.          naam van de scheepsagent;
m.        naam van de contactpersoon bij de scheepsagent;
n.         estimated time of departure (etd) vanaf de ligplaats;
o.         gegevens van de ligplaats;
p.         gegevens van de positie van de ligplaats waar wordt afgemeerd; en
q.         van tankschepen met lege ladingtanks:
 1°.      correcte technische benaming van de laatste gevaarlijke of verontreinigende stof;
 
2°.      VN-nummers waar deze bestaan, en;
 
3°.      IMO-risicoklassen overeenkomstig de IBC- en IGC-code;

Artikel 4           Meldingen vertrek zeeschip

Van een zeeschip dat vertrekt van een in de gemeente gelegen ligplaats naar een buiten de gemeente gelegen ligplaats worden aan de havenmeester de volgende gegevens gemeld:

a.     bezoek identificatie (call reference nummer);
b.         identificatie zeeschip:
 
1°.      naam;
 
2°.      Roepnaam, en;
 
3°.      IMO-identificatienummer of MMSI nummer;
c.         exit point zeezijde of achterland;
d.         naam van de kapitein;
e.         nummer van de verklaring van vrijstelling (indien van toepassing);
f.          eventuele bijzonderheden aangaande het schip (defecten, schade, beperkingen);
g.         aantal opvarenden aan boord;
h.         diepgang;
i.          naam van het in te zetten loodsbedrijf (indien van toepassing);
j.          naam van het in te zetten slepersbedrijf (indien van toepassing);
k.         aantal sleepboten dat wordt ingezet (indien van toepassing);
l.          naam van de in te zetten bootliedenorganisatie (indien van toepassing);
m.        naam van de scheepsagent;
n.         naam van de contactpersoon bij de scheepsagent;
o.         estimated time of departure (etd) vanaf de ligplaats, en;
p.         van tankschepen met lege ladingtanks:
 
1°.      correcte technische benaming van de laatste gevaarlijke of verontreinigende stof;
 
2°.      VN-nummers waar deze bestaan, en;
 
3°.      IMO-risicoklassen overeenkomstig de IBC- en IGC-code;

Artikel 5           Tijdstip melding

a.         De melding, bedoeld in artikel 2, geschiedt ten minste 24 uur voor aankomst op de ligplaats, tenzij:
1.         de bestemming bij de afvaart uit de vorige haven bekend was en de reisduur minder dan 24 uur bedraagt, uiterlijk op het tijdstip waarop het schip de vorige haven verlaat;
2.         indien de bestemming bij de afvaart uit de vorige haven nog niet bekend was of tijdens de reis wordt gewijzigd, zodra deze bekend is; of;
3.         het schip LNG vervoert of een diepgang heeft van 14,10 meter (salt water) of meer, dan geschiedt de melding als bedoeld in artikel 2 ten minste 48 uur voor aankomst op de ligplaats.
b.         De melding, bedoeld in artikel 3, geschiedt:
4.         bij het gebruik van een loodsbedrijf of slepersbedrijf ten minste 12 uur voor vertrek van het schip van de ligplaats;
5.         indien het schip LNG vervoert ten minste 12 uur voor vertrek van de ligplaats, of;
6.         in de overige gevallen ten minste 6 uur voor vertrek van het schip van de ligplaats.
c.         De melding, bedoeld in artikel 4, geschiedt:
1.         bij het gebruik van een loodsbedrijf of slepersbedrijf ten minste 12 uur voor vertrek van het schip van de ligplaats;
2.         indien het schip LNG vervoert of een diepgang heeft van 14,10 meter (salt water) of meer ten minste 12 uur voor vertrek van de ligplaats, of;
3.         in de overige gevallen ten minste 6 uur voor vertrek van het schip van de ligplaats.

Artikel 6           Doorgeven van wijzigingen in de gemelde gegevens

Wijzigingen in de op grond van de artikelen 2 tot en met 4 gemelde gegevens en wijzigingen van meer dan 30 minuten in de eerder gemelde aankomst- of vertrektijd worden tot het moment van aankomst onderscheidenlijk vertrek onmiddellijk doorgegeven.

Artikel 7           Wijze van melding

De meldingen, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4, worden, via een door de havenmeester van Amsterdam vastgesteld formulier, elektronisch gedaan in het meldportaal van de havenmeester van Amsterdam in het Port Community Systeem.

Artikel 8 Ingangsdatum

De ingangsdatum van dit besluit wordt bepaald op 1 december 2015.

Artikel 9           Citeertitel

De regeling wordt aangehaald als: Regeling meldingen zeeschepen Noordzeekanaalgebied 2015.

De directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer,

M.F. van de Kerkhof

18 december 2015

Announcement number: 
2015/43