Amsterdam dankt zijn vooraanstaande positie in cacao aan de omvangrijke verwerkingsindustrie in de regio. Daar maken ze van de bonen halffabrikaten voor de chocolade-industrie in met name de Verenigde Staten en Europa. Ze verwerken de bonen tot cacaomassa en persen de cacaoboter eruit. Wat overblijft, is een koek die tot poeder wordt vermalen.
De cacaoverwerkers bevoorraden naast de chocolatiers ook de farmaceutische en cosmetica industrie. Cacaoboter smelt bij lichaamstemperatuur, wat het een geschikt ‘smeermiddel’ maakt voor bijvoorbeeld lippenstift.
Veel cacao wordt eerst opgeslagen om ermee op de termijnmarkt te handelen. Cacao kan tot vijftien jaar zonder kwaliteitsverlies blijven liggen. De veembedrijven in de Amsterdamse haven hebben zo’n 500.000 m2 cacao opslag; ongeveer eenderde van de wereldwijde cacaovoorraad.
De Amsterdamse haven ontstaat in 13e eeuw aan het Damrak, waar goederen als bier, graan en hout worden geladen en gelost. Cacaobonen worden in de 17e (Gouden) eeuw ingevoerd. Amsterdam is dan uitgegroeid tot belangrijkste haven en handelscentrum ter wereld. Naar verluidt werd cacao in 1660 voor het eerst in Amsterdam geconsumeerd.
Na een dip in de Franse tijd leeft de haven weer op door de ingebruikname van het Noordzeekanaal in 1876. De haven blijft uitbreiden. Na WO II worden olie, granen, kolen en ertsen steeds belangrijker. Momenteel zijn ook de cruisevaart en containervervoer sterke pijlers. Inmiddels biedt de Amsterdamse haven werk aan 33.000 mensen en is het de vierde haven van Noordwest Europa.

