gemeentelijk havenbedrijf I amsterdam

 

Afdeling: Nautische Sector

 

BEKENDMAKING AAN DE SCHEEPVAART

IJmond Noordzeekanaalgebied

Centraal Nautisch Beheer

 

Basijn nr.:07/97                                                                                          Umuiden, 15 juli 1997

 

De Directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf te Amsterdam, tevens Rijkshavenmeester, maakt het volgende bekend:

 

Bij Basijn 04/96 werden do voorwaarden opgesomd verbonden aan het gebruik van de zg. IJmond‑palen die zijn geslagen ten behoeve van het atmeren van zeeschepen die moeten worden gelichterd. Met de voorliggende Basijn vervalt Basijn 04/96.

 

Locatie palen en afmeervoorzieningen:

 

De twee palen, met een onderlinge tussenruimte van 150 meter, staan aan de noordzijde van het Noorderbuitenkanaal op circa 90 meter uit de oever op de rand van de 18 meter dieptelijn. Ten noordwesten van de westelijke paal staat een paalbok ten behoeve van de achtertrossen en ten noordoosten van de oostelijke paal bevinden zich twee meerboeien voor de voortrossen.

 

In verband met de veiligheid en de vlotte afwikkeling van het overige scheepvaartverkeer worden hierbij de voorwaarden opgesomd die aan het gebruik van deze afmeergelegenheid zijn verbonden.

 

1 .  Een aanvraag tot gebruik van de Umond‑palen dient, in verband met de milieuvergunning en de planning, minimaal 48 uur van te voren te worden ingediend bij het Gemeentelijk Havenbedrijf, nautische sector, regio oost te Amsterdam,

 

2.   De IJmond‑palen zijn primair bedoeld voor schepen die moeten lichteren om een verdere doorvaart naar Amsterdam mogelilk te maken en die tevens beschikken over do vereiste milieuvergunning voor de uit te voeren activiteit.

 

3.   Indien de aard van de overgeslagen lading ‑ al dan niet in combinatle met de weersomstandigheden ‑onaanvaardbare (stof)overlast geeft, dienen de overslagoperaties op aangeven van de verkeersleiding onmiddellijk te worden gestaakt.

 

4.   Schepen met vloeibare lading in bulk of ledig daarvan, maar niet ontgast of ontdaan van schadelijke residuen. mogen geen gebruik van de IJmond‑palen maken.

 


5.   De IJmond‑palen mogen. indien mogelijk, tevens gebruikt worden voor:

 

•   noodgevallen, indien de havenmeester dit noodzakelijk acht;

 

•   schepen die, na diepgangscontrole, te diep blijken te liggen voor een veilige sluispassage;

 

•   uitgaande schepen die schade hebben veroorzaakt aan een Rijkskunstwerk, in afwachting van de vereiste zekerheidsstelling:

 

•   schepen die het tij moeten afwachten voor passage door de Noordersluis;

 

•   schepen die bunkers moeten innemen. –(niet aan de zijde van het vaarwater)

 

‑ Bij het toekennen van ligplaatsprioriteit hebben schepen die moeten lichteren voorrang op het gestelde in paragraaf 5.

 

‑ De tijdsduur van het verblijf aan de IJmond‑palen dient tot een minimum te worden beperkt.

 

 

6.   De maximaal toegelaten scheepsbreedte bedraagt 45 meter. Bij schepen die deze breedte overschrijden zal toestemming tot ligplaats nemen in het bijzonder afhankelijk zijn van het verwachte aanbod van te passeren marginale schepen en van de verwachte weersomstandigheden.

 

7.   De maximaal toegelaten diepgang bedraagt 165 decimeter.

 

8.   In verband met de afstand van 150 meter tussen do IJmond‑palen, is in principe een minimale scheepslengte van 200 meter noodzakelijk. Indien de scheepslengte minder dan 200 meter bedraagt, rnoeten de scheepstekeningen aan de havenmeester worden overlegd orn to beoordelen of een veilige wiize van afmeren rnogelijk is,

 

9.    Zie Basijn 05/00

 

10.   Er mogen geen vaartuigen worden atgemeerd aan de zuidzijde van het afgemeerde schip.

 

11.   Gedurende de afmeerperiode dient het schip voortdurend uit te luisteren op marifoonkanaal 61 van “Haven IJmuiden" en dienen de voortstuwingsrniddelen voor gebruik gereed te zijn.

 

12.   De havenmeester behoudt zich te allen tijde het recht voor orn, indien bijzondere omstandigheden dit noodzakelijk maken, van het hierboven gestelde af te wijken. Hij zal betrokkenen van een dergelijke beslissing schrifteliik en met redenen omkleed op de hoogte stellen.

 

De directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf,

tevens Rijkshavenmeester,

 namens deze,

de Havenmeester,

 

C. Oudendijk